Andalusië per fiets 2005

Brief aan Raúl González

Voor het laatst bijgewerkt op 7-08-2005

Home
Inleiding
Trajectgegevens

 

20/5 Vertrek Beekbergen
21/5 Sevilla
22/5 Naar Cazalla
23/5 Naar Hornachuelos
24/5 Naar Córdoba
25/5 Córdoba
26/5 Naar Zuheros
27/5 Naar Montefrio
28 /5 Naar Granada
29/5 Granada
30/5 Naar Guadix
31/5 Naar Laroles
1/6 Naar Trevelez
2/6 Trevélez
3/6 Naar Orgiva
4/6 Naar Alhama
5/6 Naar Colmenar
6/6 Naar Alhaurín
7/6 Naar El Burgo
8/6 Naar Grazalema
9/6 Grazalema
10/6 Rondrit Grazalema
11/6 NaarJimera
12/6 Naar Ronda
13/6 Ronda
14/6 Naar El Chorro
15/6 Naar Antequera
16/6 Naar Torremolinos
17/6 Bezoek El Torcal
  Torremolinos
21/6 Naar Beekbergen
   
 

Terugblik

 

 

Zondag 29 mei 2005 Granada

We gaan - waar dat ook naar toe mag zijn

Of we gaan naar Granada óf we gaan de Sierra Nevada in, de Pico Veleta per fiets beklimmen over de hoogste bergweg in Europa. Ik heb uitgerekend dat het heen en terug vanaf de camping ongeveer 110 km moet zijn. Te doen zonder bepakking lijkt ons, omdat het stijgingspercentage ook niet al te heftig is. Maar .... we gaan alleen als het weer goed lijkt.
Om half zeven loopt de wekker af. Direct klaarwakker rits ik de tent open; het weer lijkt goed. Snel toilleteren en daarna nog even naar het hoogste punt van de camping, het zwembad, waar ik goed uitzicht heb op de Veleta. Er zitten een paar vuile vlekjes rond de berg, maar die zullen wel wegtrekken.
"Henk, opstaan - we gaan". Henk 'kermt' zich overeind, hijst zichzelf de tent uit en terwijl ik me alvast in mijn fietskleren zit te worstelen - is niet zo moeilijk, behalve die sport-bh, foei, wat een onding - is Henk al terug. "Ik weet niet welke kant je op hebt gekeken, maar het is zwaar bewolkt rond de top. Ik zie hem niet eens". Als ik opnieuw ga kijken, dit keer met een reële blik, moet ik toegeven, dat de eerste check van mij te optimistisch is geweest. Goed, morgen dan maar.
Dus we gaan met de bus naar Granada. De halte is voor de camping en elk half uur is er een bus. We rijden mee naar het eindstation en steken daarna schuin naar links het brede plein over en lopen daarna over een gezellige brede boulevard, Carrera de Senil, richting centrum. Aan deze boulevard staat de kerk Nuestra Senñora de las Augustias. Wij kunnen er helaas niet in, er is dienst, maar het lijkt de moeite waard. We lopen verder naar een plein, waar kramiekmarkt is. Aan de overkant van het plein is een halte van de citysightseeing-Granada-bus. We zitten al in de bus voordat we goed uitgeplozen hebben of de bus ook door wijk Albaicin gaat één van de weinige geplande doelen van vandaag. We zijn al eens in Granada geweest en hebben het Alhambra en de kathadraal al een keer gedaan.(zie Hispaniaroute). In de bus herken ik niks en staar meer naar de plattegrond dan dat ik om me heen kijk. De bus is inmiddels omhoog getuft naar het Alhambra.
We vinden uit dat er nog een microbus turistico rijdt waar we op over kunnen stappen. Even aan de chauffeur navragen. Henk begint in het Spaans maar de man zegt: "Is Nederlands misschien makkelijker? Ik ben Nederlander. Hij vertelt dat hij van Marokkaanse afkomst. Hij woonde al 40 jaar in Nederland, was daar maatschappelijk werker, gaf o.a. de politie voorlichting over Marokkaanse jongeren en hun achtergrond, de verhoudingen in de families, de problemen rond hun aanpassing in de Nederlandse samenleving en hoe dat mogelijk aan te pakken.
Maar hij wilde wat anders, wilde de spanning kwijt, dat zijn beroep rond deze problemen gaf. Hij loopt nu anderhalf jaar stage in Granada bij citysightseeing-Granada waat hij het hele bedrijf van beneden tot aan de top leert kennen. Volgend jaar gaat hij een sightseeingtoer opzetten in Maraques. En de stress is hij inmiddels kwijt. Ondertussen zet hij de dubbeldekker nog even aan de kant om voor ons te vragen of het klooster La Cartuja open is. We kunnen er pas om 16.00 uur terecht en rijden al pratende weer mee terug naar het centrum, waar we uitstappen bij de Kathedraal. Fijne ontmoeting, jammer dat we zijn adres niet gevraagd hebben (wie kent hem toevallig?).
We slenteren wat door de winkelstraatjes en zoeken naar een bar, waar alleen maar Spanjaarden naar binnen gaan, zodat we even later aan de bar tussen de Spanjaarden hangen met een lekker hapje en drankje. We stappen daarna opnieuw in de citysightseeing-bus, komen weer langs het Alhambra en stappen even later uit bij klooster La Cartuja. Helaas mogen we geen foto's maken, anders zouden jullie een paar beelden van het volgende kunnen zien. Niet van de zaaltjes aan de patio met de sinaasappelbomen, waar we eerst doortrekken. Daar hangen allemaal schilderijen waar je depressief van wordt. Wat kan godsdienst toch tot wrede taferelen lij(ei)den. Maar wat we daarna zien; de barokke kerk met een overdaad aan versieringen in de zachte en bladgoud. Bijna niet te omschrijven. Oh wacht, ik citeer wel de woorden van de Italiaanse kunsthistoricus Marco Praz: "De zaal is een grot van suiker; het kostbare meubilair is glanzend bruin als knapperige koekjes, het marmer heeft de kleuren van gesuikerde vruchtjes, de wanden lijken versierd met guirlandes van creme en slagroom, de deuren lijken plakken chocola. Zo moet de troonzaal van de koning van Luilerkerland eruit zien". Praz vindt het zelf verschikkelijk, wij vinden het mooi, bijzonder, overweldigend. Wie hier nog niet geweest is en tijd over heeft: doen.
Daarna stappen we van de citysightseeing-bus over op een klein busje, die ons steil omhoog voert naar de Plaza San Nicolás in de moorse wijk Albaicín. We genieten van het uitzicht op het Alhambra en slenteren daarna langzaam naar beneden door de nauwe moorse straatjes. Het is er erg stil, je ziet geen mens. Het geeft me een wat ongemakkelijk gevoel, maar ik weet niet of dat terecht is. Verder naar beneden beginnen de winkeltjes weer en is het weer een drukte van belang.
We lopen terug naar de opstapplaats van de bus, die ons naar de camping terug brengt.

De schaduw over vandaag was de pijn in mijn heup. Kon bijna niet zitten in de bus. Wanneer we door een kuil reden had ik heve pijnscheuten door mijn zijkant. De tranen stonden me soms in de ogen. En ook het lopen deed pijn. "Henk, ik denk dat ik liever naar huis wil. Dit is bijna geen doen meer". Even later: "maar thuis kan ik net zo min zitten, liggen en lopen. En ik kan nog wel fietsen. Laten we morgen eerst maar de Veleta opfietsen. Heb ik dat in elk geval gehad".
Het vervolg van dit verhaal is, dat ik uiteindelijk doorgefietst ben, de pijn het wel vermoeiender maakte, maar in de loop van de vakantie werd het steeds draaglijker. Ik zal het er dan nu ook niet meer over hebben. Het is de enige echte vervelende herinnering van de vakantie, die ik liever vergeet.

Henk z'n hak is een ander verhaal. Dat moet de aandacht hebben en de stand van zaken is nu: hij is open - wat wil je met een trekpleister - je kunt er steeds dieper inkijken - "Henk zou het niet verstandig zijn er niet meer een trekpleister op te doen, hij is nu wel voldoede leeggetrokken, ik zie bijna tot op het bot".