Een jaar lang struinen over De Enk

Voor het laatst bijgewerkt op 19-05-2005

Home

Inleiding

Het pad naar De Enk

Anekdotes
* Lange niet dom
* En dan ...?
* POEMA


* ... en waar gaat de mais-het hooi naar toe
* ... en wie gaat er mee 'aan de haal'?


* Wat vliegt daar
* Dieren
* Bloemen
* Oude bomen

GESCHIEDENIS
*Geschiedenis en ontstaan
*Paden krijgen namen
* Veluwsche Stoomtrein Maatschappij
* Bos 'Munsterman'

Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Februari 2005

Donderdag 2 februari 2005

Er zit voorjaar in de lucht. En dat begin februari. De vogels zijn onrustig. Kieviten vliegen bij de minste beweging op en strijken heel ver buiten mijn aanwezigheid en het oog van mijn camera weer neer. Het land lijkt klaar te zijn om bewerkt te worden. Is het nog niet wat vroeg?

Dinsdag 7 februari 2005

En ja hoor het was inderdaad nog te vroeg. Vanmorgen ligt er weer een witte deken over het land. En van mij mag het even zo blijven. De lucht is helder, zuiver en fris. De temperatuur onder nul, de handschoenen kunnen er weer bij aan. Verscheidene keren spring ik over een greppel of klim over prikkeldraad en loop het bouwland op om, en dan gaat het meestal om een van de bomen, uit een andere hoek te fotograferen.
Genoeg; tevreden berg ik mijn fototoestel op. Mijn handschoen; waar is mijn handschoen. Ik speur om me heen, klim weer over het prikkeldraad en speur tussen de maisstoppels. Niks. Waar heb ik hem voor het laatst aangehad? Of had ik hem al uitgetrokken bij de paaltjesfoto? Toen ben ik over een greppel gesprongen. Ik loop dezelfde weg terug als ik gekomen ben. Loop de bouwlanden in waar ik gefotografeerd heb. Mijn stemming is helemaal anders. Niks geen oog meer voor een mooi beeld. Alleen oog voor de zwarte grond zonder het te zien. Wat ik wil zien is er niet. Ik ben inmiddels thuis. Dan maar koffie en een boterham.
Maar eigenlijk is dit toch bezopen. Ik ben met twee handschoenen aan op pad gegaan.Op een afstand van anderhalve kilometer heb ik er een verloren. Nog maar eens kijken. Ik pak de fiets, dan zit ik wat hoger, en rijd langzaam nog eens het traject dat ik gewandeld heb. Ik parkeer de fiets tegen 'mijn' boom en klim nog maar eens over het prikkeldraad. Eerst zie ik niks. Ah, daar ligt hij; een donkerblauw hoopje op de donkergrijze aarde. Heb ik hier gestaan? (Middelste foto).
Het is inmiddels kwart voor elf en ik ben negen uur al op stap gegaan. Wat kan een mens het toch druk hebben.
Nog even aandacht voor de laatste foto in het groepje hiernaast. Hierop staan drie bomen, die bij mij een hoofdrol spelen. Binnenkort zullen ze weer worden aangekleed met blad. Maar zo zijn ze ook zo mooi. Alles op zijn tijd.

Zaterdag 12 februari 2005

Storm. Windkracht 7 tot 9. Zware buien, met kans op zeer harde windstoten, is de voorspelling.
Wolken jagen door de lucht, maar het is droog als ik De Enk op loop. Hoewel lopen? Het lijkt wel of ik dronken ben. Met onregelmatige stappen loop ik midden op de weg en word hard in mijn rug geduwd door de wind. Het is net alsof ik er geen controle op heb waar mijn voeten terecht zullen komen. Schitterend. Wat vermaak ik me.
Ineens een hard kabaal. Het lijkt wel donder. De wind lijkt met volle kracht zich op het bos gestort te hebben. Oei, wat trouwens een smerige lucht. Ik blijf een poos staan kijken. Het zit er erg dreigend uit. Het duurt maar even en dan begint het me toch te regenen. Binnen de kortste keren is mijn broek doorweekt en door de harde storm tegen mijn benen geplakt. Ik loop verder. Kan niet terug. De wind is veel te krachtig. De regen striemt over het veld en stuift voor me uit over de weg. Dan wil ik linksaf naar de boom. Eerst gaat het nog, maar de wind ziet mij en begint extra te duwen. Ik blijf amper op de been en moet mij een poosje aan een paaltje vasthouden. Is dit nog wel leuk eigenlijk? Ik worstel een stukje verder naar mijn boom en houd me er aan vast. Verwonderd luister ik naar het geloei door de kale takken. Het lijkt of de storm het juist op deze boom gemunt heeft.Wat een kabaal eigenlijk. Ik probeer verder te lopen naar de bosrand, daar kan ik linksaf en weer voor de wind lopen. Wanneer ik even later weer door het open veld loop, word ik soms tot hardlopen gedwongen.

Aan het eind van het pad blijf ik even bij een vrouw staan praten, die haar omgewaaide appelboom staat te bekijken. Haar was de loeiharde wind van zopas ook opgevallen; de appelboom had geen weerstand kunnen bieden en was met veel gekraak geknakt. Ik loop dezelfde route terug. Als ik weer bij 'de boom' ben zie een vrij grote tak in het weiland liggen. Ach, die kan hij wel missen; natuurlijke snoei. Hij staat er ferm bij.

Zondag 27 februari 2005

Hoe laat is het eigenlijk? Ik voel 'zwaar' aan, ben nog moe van het lange natafelen van gisteravond, wil slapen. Maar alleen dat voelen al, maakt iets wakker in mij. Voorzichtig kier ik een ooglid open; zou het al licht zijn? Zonlicht probeert door het door mij juist tegen dat licht beschermende verduisterde slaapkamergordijn heen te priemen.
Vijf minuten later sta ik buiten in de vrieskou. De muts die ik voor alle zekerheid in mijn jaszak heb geduwd, zet ik gelijk op.
Er is verder niemand op de Enk. Het voelt alsof ik de eerste ben die de dag mag proeven, hetzelfde gevoel wanneer er een pak sneeuw is gevallen en ik daar als eerste mijn voetstappen in plant. Ik zet de pas er stevig in om mij warm te houden.
Boven op de glooiing blijf ik staan. Dan zie ik, dat ik niet alleen ben. Mijn schaduw is me gevolgd. En natuurlijk staat hij in de weg als ik een foto wil nemen. Ik probeer een paar keer mijzelf te ontwijken, dat lukt natuurlijk niet want het mooiste beeld is alleen maar te maken, daar waar mijn schaduw zich bevind. Ik zie de humor in van mijn geworstel in en besluit: hij mag er zijn.

"We" lopen verder, vandaag wil ik de hele omtrek van mijn gebiedje lopen. Ik kom over de spoorlijn, die De Enk doorsnijdt en waarover in de zomermaanden de stoomtrein van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij tsjoekt tussen Apeldoorn en Dieren. Aan het eind van het weggetje staan er wat meer bomen langs in de berm. Van een oud baasje hoorde ik laatst dat er vroeger veel meer bomen hebben gestaan, "maar ja he, de boeren hebben ze weggehaald, want onder bomen wil niks groeien". Ik moet zien dat baasje nog eens te treffen. Hij weet vast nog veel meer te vertellen.

Ik kom in het boerengehucht Oosterhuizen, waar nog een paar mooie oud-Veluwse boerderijen staan. De meeste zijn echter verbouwd tot woonboerderij.
Al gauw kom ik bij het begin van het zandpad waar ik het liefst loop. Maar ja, dat was vandaag niet mijn voornemen. Vandaag wilde ik helemaal om het gebied. Dan maar door. De bosrand aan het eind van De Enk, waar het pad langs loopt, ligt echter in de schaduw en dat lokt mij niet erg aan. Opnieuw bij een spoorwegovergang aangekomen, besluit ik over de rails te lopen en zo weer terug te gaan naar het pad in de zon.

Heel in de verte is de achterkant van een nostalgische wagon van de stoomtrein zichtbaar, die bij het stationnetje Beekbergen staat geparkeerd. Het stationnetje dat aan de rand van de Enk ligt. Een keer per jaar is er een stoomweekend. Het spoor wordt dan druk bereden door gast-stoomtreinen uit binnen- en buitenland. In de loop van het jaar zal ik op zoek gaan naar informatie over de geschiedenis van dit spoorlijntje er er een apart hoofdstuk aan wijden.

Ineens ben ik het me bewust. In de verte zie ik wolken aan komen drijven, die haast schijnen te hebben. Het is inmiddels gaan waaien en het is guur. Verwonderd zie ik hoe snel de blauwe lucht bedekt wordt met steeds grotere en donkerder wolken, wel mooi opgesierd met zilveren randen, daar waar de zon er nog doorheen probeert te kieren. Ik blijf een poos staan kijken, totdat ik het voel; ik heb me laten verkleumen. Snel loop ik naar huis, de eerste sneeuwvlok valt.