"Poema"

13 september 2005

Het is een mooie zonnige nazomerse dag. Blij met de dingen die me vandaag overkomen zijn - vogels gevolgd, leuke ontmoeting op het Marskramerpad, hooiende boer en afspraak om 's avonds te komen fotograferen bij het inpakken van het hooi, nou, dan kan mijn dag bijna al niet meer stuk.
Ik wandel nog een stukje om langs de bosrand, probeer nog een buizerd te schieten met mijn toestel; en mijn vrolijke stemming maakt dat het er neer komt, dat ik niet al te serieus, richt op alles wat beweegt. Ook op de grote zwarte kat, die op zo'n 150 meter afstand door het stoppelveld loopt.
"Wel een beetje groot, denk ik bij de tweede foto. Ik blijf nog een poosje staan kijken, maar even later verdwijnt hij in het lange gras.

De volgende dag lees ik tot mijn grote verwondering in De Stentor, dat de "Poema" is gesignaleerd in Beekbergen. De krant was gebeld door een vrouw die mij met telelens hadden zien fotograferen. Er zijn direct 2 verslaggevers op af gekomen en tot hun verbazing stak de robuuste katachtige het akkerland over. Met een verrekijker hebben ze het dier geobserveerd en hun waarneming was: een stevig gebouwde zwarte katachtige, maar beslist geen kat. Met een stevig gebouwde borstpartij en een schofthoogte van veertig tot vijftig en een lengte van zo'n tachtig centimeter. Zo gaat het artikel nog een poosje door, maar het was mij duidelijk: ik was de fotograferende vrouw geweest.

Ik heb contact gezocht met de krant en de foto's gestuurd die ik hiernaast geplaatst heb. In mijn contact met de Stentor bevestigden ze mij op mijn aarzeling, of het wel 'de Poema' zou zijn waar al een poosje jacht op wordt gemaakt op de Veluwe: "het is hem beslist, en we gaan het verder uitzoeken".

14 september 2005

Alsof er een magneet aan mij zit, word ik weer naar het veld getrokken, waar 'de Poema' gisteren rond stapte. Tot mijn stomme verwondering loopt daar weer een zwart beest; een grote zwarte kat. Lang zo groot niet dan ik gisteren heb gezien. Ik maak foto's, het is een andere, maar wat vreemd. Heb ik me gisteren verbeeld, dat hij zo groot was? Kwam het door de telelens? Maar deze loopt veel dichterbij en lijkt minder groot. Ik voel me lichtelijk verward. Maar thuis, als ik de foto's vergelijk, zie ik verschillen. Dit is een poes, maar wat is dat andere dier? En hoe kan het dat ze samen in dat gebied rondlopen?

20 september 2005

Na een fietstocht over de Veluwe rijdt mijn fiets, alsof ik er zelf geen vat op heb, vanzelf weer naar het veldje van mijn 'Poema'. Daar staat een man met een fototoestel. "En, is hij er", vraag ik lachend? "Ja, ik heb hem op de foto", is het antwoord. Hij was geboeid door het artikel in De Stentor, freelance fotograaf voor de Gelderlander, natuurliefhebber, en die formule had hem er toe gebracht eens te zoeken of hij het beest voor de camera kon krijgen. En hij had het geluk mee, op intuïtie vond hij het veld en 'de poema'. Ik mocht de foto zien en ja hoor, duidelijk mijn 'poema'. We hebben een poos opgewonden staan praten en speuren naar beweging in de struiken. Het licht was goed, nu nog het beest. Na een uurtje ben ik naar huis gegaan, maar ben met de auto en met een afdruk van mijn zelfgemaakte foto's weer terug gegaan. Ik vond het te spannend.
"Hij is er; kijk. Pak de verrekijker maar. Daar aan de overkant zit hij in het hoge gras". We staan naast elkaar, hij met een camera met grote telelens, ik met de verrekijker, geboeid, bijna geëmotioneerd, naar het dier te kijken. We zien alleen zijn kop, maar zien ook, dat hij niet pikzwart is. Er loopt een vage grijze tekening over zijn kop. Het brengt mij aan het twijfelen, is het dezlefde kat die ik heb gezien? Maar het kan komen dat de fotograaf een lens gebruikt van 1000 mm en die van mij heeft een bereik van 200. Maar er zullen toch niet twee exemplaren van deze afmeting rondlopen?
Het dier ligt te zonnen tegen een graspol en draait zo af en toe rustig met zijn kop. Wat een beest. We blijven verwonderd over de afmeting.
Er komt een auto aangereden met twee jongelui, die erg onder de indruk zijn van de ontmoeting met het dier dat ze door de verrekijker zien. Ze zochten al zo'n poos, hebben er al zo veel moeite voor gedaan, het meisje 'heeft iets' met wilde dieren, ze zwerven vaak rond en nu ziet ze hem. Toevallige voorbijgangers of bewoners uit de buurt komen ook kijken. De fotograaf laat hen allemaal even door de lens van zijn fototoestel of door de verrekijker er van mee genieten. Met het blote oog is hij niet te zien, te ver weg. Iedereen is het er over eens. Het is iets bijzonders. De fotograaf vertrouwt mij toe dat hij in zijn fotografische leven nog nooit zoiets bijzonders heeft gefotografeerd; het mooiste tot nu toe.

Inmiddels is de eerder door mij gesignaleerde zwarte kat ook weer te voorschijn gekomen en gaat in het stoppelveld liggen zonnen. En na een poosje staat de 'poema' op en loopt langzaam door het hoge gras, naar de zwarte kat. Hij gaat er naast zitten! Ongelooflijk, we bevatten amper naar wat voor schouwspel we staan te kijken. Nu zien we de verhoudingen goed tussen de katachtigen.
We beseffen, dat we iets unieks meemaken!

We hopen dat nu door middel van de foto's de ware identiteit van de Veluse poema onthuld zal worden. Maar we hopen nog veel en veel meer, dat het dier verder met rust gelaten zal worden. Hij lijkt totaal niet agressief; hoe hij met die kat om gaat, vriendschappelijk. Nou dat muisje of misschien konijntje of ..., ja dat hoort er bij.

LAAT HET DIER MET RUST

Oproep dus, wacht af, 21 september staat er nieuws in De Gelderlander. Verder zal ik hier ook het vervolg vertellen zodra ik iets bijzonders weet.

 

21 september 2005

Naar aanleiding van de gemaakte foto's door de fotoverslaggever is onderstaand artikel opgenomen in De Gelderlander van 22 september 2005op de voorpagina.

Poema? Nee hoor, een grote kat!

BEEKBERGEN - Een grote en een kleine kat spelen met elkaar bij de Hulhorstweg in Beekbergen. Rechts een gewone huiskat, links de kat die de afgelopen zomer vermoedelijk door velen werd aangezien voor een poema en zo voor nogal wat commotie zorgde.
Foto: Otto Faulhaber

Maar volgens natuurfotograaf Otto Faulhaber uit Arnhem gaat het om een verwilderde kat, alleen anderhalf keer groter dan een gewone huiskat. „ Zeker dertig tot veertig centimeter hoog. Zo’n vijftig tot zestig centimeter lang, exclusief staart van twintig tot dertig centimeter.” ( Ook te zien op de inzetfoto rechts.) Daarmee is het demasqué van ‘ Winnie de poehma’ definitief een feit. Faulhauber noemt de verschijning desondanks ‘ imponerend’. „ Zoiets heb ik nog nooit gezien.”

En vervolgens:

Poema-mysterie eindigt met kater

Door PAUL BOLWERK

BEEKBERGEN - De Veluwe verliest een mysterie. 'Winnie de poehma' is geen poema maar een verwilderde kat, zegt natuurfotograaf Otto Faulhaber. In Beekbergen zag hij een Felix Domesticus van 'buitengewoon formaat'.

"Nee, beslist geen poema." Lichte spijt klinkt door in zijn stem. De Arnhemmer Otto Faulhaber (55), natuurfotograaf van onder andere De Gelderlander, had zich afgelopen maandagmiddag opgemaakt voor een middagje 'poema spotten' in Beekbergen. Op de plek waar 'Winnie de poehma', het mysterie van de Veluwe, voor het laatst is gesignaleerd.

Hij ontdekte een huiskat van 'buitengewoon formaat' waarvan een paar honderd foto's zijn gemaakt. Op een afstand van 150 meter, met telelens.

"Eerst stond ik op de verkeerde plek. Door het tegenlicht zag ik alleen het silhouet van deze mysterieuze verschijning. Een imponerend gezicht. Zoiets heb ik nog nooit gezien", schetst Faulhaber, al achttien jaar natuurfotograaf.

Vanaf de Hulhorstweg in Beekbergen kreeg hij, maandagmiddag omstreeks 15.00 uur, goed zicht op Winnie. Faulhaber: "Een zwarte kat met lichtgele ogen. Anderhalf keer groter dan een gewone huiskat. Zeker dertig tot veertig centimeter hoog. Zo'n vijftig tot zestig centimeter lang, exclusief staart van twintig tot dertig centimeter."

Faulhaber zag hoe Winnie een prooi, 'een muis of mol', verschalkte. Vervolgens verdween deze kat, en waarschijnlijk kater, in een bosrand, grenzend aan akkers met maïs.

"Omstreeks half zes 's middags dook hij weer uit de bosrand op om te zonnebaden. Even later zag ik hem spelen met een gewone huiskat. Het verschil in formaat was groot", aldus Faulhaber.

Veldbioloog Gerrit Jansen, medewerker van deze krant, beschouwt de fotoserie van Faulhaber als een afrekening met een mysterie.

"Deze verwilderde of in het wild geboren kat komt 'niet op zijn voordeligst uit' om poema te wezen", schertst Jansen uit Angeren. 'Winnie' is volgens hem waarschijnlijk een kruising van een verwilderde huiskat en de Europese wilde kat.

Al eerder heeft bioloog Marc Damen van dierentuin Burgers' Zoo zijn scepsis geuit over het bestaan van een poema op de Veluwe. Een verwilderde kat ligt zijns inziens meer voor de hand. Verder wil hij er geen woorden meer aan vuil maken. "Hoe belangrijk is het?"

Met verbazing heeft hij de landelijke discussie, deze zomer, over 'Winnie' gevolgd. Deze vermeende poema werd groot nieuws door de grootschalige jacht, op de Ginkelse Heide bij Ede, door politie, Koninklijke Marechaussee en mobiele eenheid. Ook door de inschakeling door Ede en Apeldoorn van roofdieropvang Stichting Pantera.

'Winnie' mocht op voorspraak van de Tweede Kamer niet worden afgeschoten.

De gemeente Ede vindt haar handelwijze, ook achteraf bezien, verdedigbaar. Woordvoerder Pellikaan: "We hebben gedaan, wat we moesten doen".

Otto Faulhaber heeft schitterende opnames gemaakt van de poes, die uiteraard nog niet worden vrijgegeven. Wanneer daarvoor groen licht wordt gegeven, krijg ik bericht en zal ik op deze site ook nog enkele laten zien.

En is het 'Poema-verhaal' nu rond? Zal de jacht op het dier nu afgelopen zijn? Ik hoop het, maar denk het nog niet. 'Ongelovige Thomassen' zullen het met eigen ogen willen zien ben ik bang. Arme poes. Als hij nu maar niet weer op reis moet.

23 september 2005 "En zijn naam is Max"

Het 20.00 uur journaal onthult, dat de eigenaar van de 'Poema' zich heeft gemeld. Het gaat om hun beetje groot uitgevallen kater Max, die zich gewillig op schoot onder zijn dikke katerkop laat krauwen. Ach een kattenverhaal komt altijd op z'n pootjes terecht.

En ik hoef gelukkig deze winter niet met een voerbakje naar de Enk om de Poema bij te voeren.

Einde verhaal?

Nee hoor, want de grote kat die IK heb gezien en gefotografeerd, was niet deze kat. Het was een grote zwarte. Maar wie neemt mijn bewering nog serieus?
De boer, waarbij ik eerder op het land foto's heb staan maken van het hooien (zie september) belt mij zoals afgesproken op 22 september j.l. , dat hij mais gaat hakselen Ik snel er naar toe om foto's te maken en wanneer ik hem zie vraag ik: "Heb je de verhalen rond de Poema nog meegekregen?" Tot mijn stomme verbazing zegt hij: "Ik heb hem ook gezien toen we aan het hooien waren en jij foto's stond te maken. Hij was achter op het land tegen een maisveld. Ik zei nog tegen mij zwager: "Kijk dat lijkt de Poema wel". 's Middags bel ik hem nog een keer op om te vragen wat hij precies heeft gezien. Volgens hem was het dier zwart met een bruine gloed (zomervacht?) en niet de poes die in de krant stond en op de TV was.
Het moet 'mijn' poes geweest zijn, die ik even later een paar honderd meter verderop heb gefotografeerd. "Ach laat verder maar", denk ik. Totdat .....

23 september 2005
's Morgensvroeg, telefoon. "Met TV Gelderland; wij hebben uw site bezocht en zijn geinteresseerd in het verhaal rond de grote katachtige, die volgens u niet de ontmaskerde poes is, die eerder in het nieuws is geweest. Hun vraag is of ik mee wil werken aan een programma, waarin gezocht wordt naar 'de waarheid' rond het 'Poemamysterie' ". Ik zeg mijn medewerking toe onder voorwaarde dat ik niet van mijn eigen mening hoef af te wijken ten behoeve van het programma. Het klikt telefonisch al snel tussen de verslaggever en mij en ik zal horen of en wanneer het door gaat.
"Oeps", denk ik als ik de telefoon neerleg, "vind ik dit leuk?"
"Gewoon jezelf blijven", hoor ik diverse geruststellende stemmen uit 'mijn verleden' zeggen. Ja, ik zal ook moeilijk anders kunnen; ik ben zoals ik ben.

Maandag 26 september 2005
TV Gelderland belt, dat ze vandaag graag de uitzending willen opnemen. Om half drie komen ze langs om dingen te bespreken en om daarna samen met mij op stap te gaan.
Ik maak kennis met twee aardige jongens, verslaggever Johann de Graaf en cameraman Jonathan van der Kraats. Nadat ik het een en ander over de Enk heb verteld, vertrekken we in de materiaalwagen van TV Gelderland voor een eerste gezamenlijke verkenning. Nou niet helemaal een eerste verkenning voor 'de mannen', want ze hebben al eerder rondgestruind. Thuis hadden we het al gehad over het ontdekken van mogelijke sporen en bij hun eerste struintocht hebben ze prenten (pootafdrukken) gevonden van een grote poot, die ze me nu laten zien. Hij spoor gaat een maisveld in en terugspeurend ontdek aan de overkant van het weggetje een wildwissel of tra, die nog niet lang in gebruik is. (als je goed kijkt zie je een streepje platgetrapt gras. Wild neemt vaak dezelfde route).De afdruk lijkt sterk op een erg grote kattenpoot. Dat het niet de wens van de gedachte is, is te zien op de foto die ik gemaakt heb. Wat opvalt is het vrij ronde "zooltje", en ook hebben de nagels uitgestaan bij het lopen.Maar er moet nog eens een vergelijking gemaakt worden met een afdruk van een vos of hond. Een vos heb ik hier vaker gezien, maar volgens mij is zijn prent anders. Is er misschien een kenner die hier antwoord op weet?
Ik vind op deze plek geen prenten van reeën, terwijl ik weet dat ze in het bos achter ons wel moeten zitten.

"Kijk, daar beweegt wat; daar in de verte op het gemaaide maisveld! Het kon de kat wel zijn, die de krant gehaald heeft." Ik pak m'n kijker; het een kat en heeft de kleur van de mediakat, maar hij lijkt kleiner. We komen wat dichterbij, de camera wordt uit de auto gehaald en er wordt opgenomen. De kat blijft roerloos zitten. "Johann, loop er eens naar toe, hij moet bewegen". Johann komt steeds dichter bij. De kat blijft gewoon zitten. Johann benadert hem op een afstand van vijf meter en maakt een schopbeweging. De luie poes staat op en gaat een paar meter verder weer zitten. We zien dat hij een halsband draagt. De cameraman wordt even niet goed. "Kom ik hier voor het spotten van een poema, sta ik een kat met een naamkokertje om zijn hals op te nemen".
De stemming komt er aardig in.

We rijden wat rond op zoek naar geschikte opname- en interviewplekken en gaan dan eerst weer naar huis, waar ik met Johann nog even een voorbespreking houd. Jonathan vertrekt naar een andere opdracht. Tussendoor weet Johann een afspraak met een boswachter te regelen, die 's avonds met ons op stap wil om wild te zoeken en zijn visie over de poema zal geven.
De nieuwe ingehuurde cameraman van de NOS, Hans Peters, arriveert en we vertrekken weer naar de Enk voor het eerste interview, dat wordt afgenomen op het veld waar ik voor het eerst de grote kat heb gezien. Het is even wennen aan het idee, dat wat je zegt, iedereen later kan horen en ik voel zelfs hoe mijn gezicht beweegt als ik praat. Maar mijn 'willen vertellen' wint het van het gevoel van schroom. Er hoeft niets over gedaan te worden. We gaan daarna weer rijden, stoppen hier en daar en ook Hans raakt best wel onder de indruk van de schoonheid van de Enk. Alleen staat de hoge mais wat in de weg. Hopelijk wordt het beeld, waarop de kruin van mijn boom net boven de mais uitsteekt, er niet uit geknipt.
We stoppen bij het veld waar ook de boer 'de grote poes' heeft gezien. Ik krijg ineens het idee op zoek te gaan naar het grote konijnen- of vossenhol, dat ik daar weet te zitten. Helaas, het is helemaal dichtgegooid. Ja, het beest was zo dom geweest het in het spoorwegtalud te graven. Verder maar weer naar Jonathans eerder aangegeven favoriete plekje. Daar volgt het vervolg interview waar ik nader aan de tand wordt gevoeld, of ik me niet het een en ander heb verbeeld. Ik ga in verzet en sleep de getuigenis van de boer erbij. "Nee, ik heb een erg grote katachtige gezien en beslist geen huiskat en ook beslist geen poema. Gewoon een imposante grote katachtige Voor poemaverhalen ben ik veel te nuchter".

Het moet over. Het was te donker en we gaan weer naar hetzelfde veld waar het eerste interview is gehouden. En dat is toch vreemd, nog een keer hetzelfde verhaal met dezelfde overtuiging. Ja, dan moet je even in 'de rol' komen.
We rijden nog wat rond in de hoop op een ontmoeting met wild. Het enige dat we zien en filmen zijn konijnen. We hebben de pech, dat het windstil is. De beesten kunnen ons van veraf horen en ruiken. Toch klimmen Jonathan en Johann nog even voor alle zekerheid over een stuifzandrichel in het bos van Munsterland, een verboden terrein, maar dat mag vast wel heel eventjes - hooguit vijf minuutjes - om dat ene mooie plaatje niet te missen. "Pas op jongens, niet op de wildwissel gaan staan".
De reetjes, die mogelijk vanachter de wildwal naar ons hebben staan kijken, zijn allang verdwenen.

We stoppen voorlopig op de Enk met opnemen, gaan naar mijn huis, cameraman Hans neemt afscheid, Jonathan komt terug, we bakken een uitsmijter en gaan daarna weer op stap, samen in de de materiaalwagen van TV Gelderland naar onze afspraak met Jan Boterman, boswachter bij Staatsbosbeheer, wonende in de bossen bij Ugchelen.
Ik stap bij de boswachter in de bus, een rustige vriendelijke man, die met passie kan vertellen over de natuur en alles wat daar leeft en ik hang aan zijn lippen. Goh, wat geniet ik. We hobbelen intussen over zandwegen door het donkere bos, gevolgd door Johann en Jonathan. Schitterend, wat een ervaring die duisternis en de weet dat er allemaal wild om je heen op pad is. We stoppen en de boswachter gaat eerst alleen op verkenning en laat ons achter in donker. We mogen niet praten en geen geluid maken. Even later komt hij terug; hij heeft 2 jonge herten (hert is mannelijk edelhert)gezien met een klein gewei. We moeten hem volgen en achter elkaar lopen. Ik ben de laatste en zie werkelijk niks. Elke keer als je een voet op tilt, weet je niet waar hij daarna belandt. Heel ver weg horen we herten burrelen. Vlakbij schreeuwt een roofvogel. overal ritselt het terwijl het windstil is. We komen bij de schuilkelder, maar de herten zijn helaas verdwenen. De boswachter probeert door het geluid van een burrelend hert na te bootsen - en dat lukt hem erg goed - herten te lokken. Helaas, geen teken van interesse.
De boswachter geeft voor de camera zijn visie op het bestaan van een mogelijke poema op de Veluwe. Hij vertelt heel boeiend over grote katten die hij heeft gezien. Katten, die niet verwilderd waren, maar gewoon door waarschijnlijk de voeding van alleen muizen en aanverwante artikelen zo groot zijn geworden. Als voorbeeld noemt hij de kat die bij de schaapskooi hoort. Al meerdere keren heeft hij een melding gehad, waarbij het dier voor mogelijke poema aangezien werd.
Hij vertelt over de schade die verwilderde katten aan kunnen richten. Ze vangen niet alleen prooi om te eten, maar ook om te doden. Deze katten probeert hij te vangen en soms moeten ze worden afgeschoten. Het gaat vaak om katten die door mensen in het bos gedropt worden.
Ook hij heeft wel eens katten gezien, die kwa lengte en gewicht makkelijk voor een poema door zouden kunnen gaan. Toch gaat het dan meestal om katten, maar hij kan zich voorstellen, dat 'niet kenners' er van onder de indruk zijn. Ook heeft hij kortgeleden een groot zwart exemplaar gezien op de weg naar Deelen, maar het was te ver weg om te beoordelen wat het was. Hij vermoedt dat het ook in dit geval gewoon een verwilderd of een groot exemplaar kat was.
De boswachter wil echter niet de uitspraak doen, dat het uitgesloten is dat er een poema rond loopt. Het zou om een ontsnapt exemplaar kunnen gaan. Maar het is onmogelijk, dat het dier steeds op verschillende plaatsen wordt gezien, die te ver uit elkaar liggen. Hij, en ook zijn collega-boswachters hebben tot nu toe nog geen bewijzen gevonden dat er ergens een echte poema rondwandeld.
(Zelf ben ik ook van mening, dat katachtigen een territorium hebben dat ze alleen zullen verlaten als er geen voedsel meer is of als de omgeving bedreigend wordt).

Mij wordt gevraagd te reageren op het verhaal. Ik ben blij met het verhaal van de boswachter. Voor mij is het een bevestiging, dat het heel goed mogelijk is, dat ik een katachtige heb gezien van bijzondere afmetingen.

De terugweg over het donkere pad naar de auto is helemaal lastig, omdat ik nog verblind ben door het felle licht van de camera. Ik houd me vast aan 'de witte poes' (de microfoon, omkleed met harige stof), die Johann op zijn rug houdt. Johann en Jonathan nemen nog wat nachtopnamen van een wegrijdende boswachter en gelukkig niet van een hard rennende Henny achter de auto aan. "Wacht, ik moet nog mee, laat mij niet achter in het donkere bos".
We rijden verder door het bos en hebben bij de volgende stop meer geluk. Een paar herten staan vlakbij te burrelen. Wat toch elke keer weer een imposant geluid.

Met de nachtkijker zien we duidelijk bewegingen, maar de achtergrond is te donker om het te filmen. De boswachter hoort aan het geluid dat een maakt, drie soort blaffen achter elkaar, dan ze ons hebben ontdekt. We kunnen het verder wel vergeten. Al blijven ze, volgens mij plagend, aan de rand van het veld staan burrelen.

We nemen nog wat opnames van de vertrekkende boswachter en Johann en Jonathan verdwijnen weer in de struiken. Ik hoor veel geritsel en vraag even later: "Wat doen jullie daar toch?". We willen even wat 'akties' opnemen.
Volgens mij hebben ze een gedaantewisseling ondergaan en zijn veranderd in twee jonge honden. Ik ben de poema.
Op zoek naar wilde zwijnen wijs ik de wegen aan waar vaak de grond omgewoeld is. Ook schiet Jonathan vaak even een pad in om met de koplampen het bos af te struinen. Ik vraag me af af dit wel goed komt. Ook beginnen we wat miauwerig te praten.
Ik weet nog een paar zandpaden waar we wel met de auto mogen komen. Als we om een maisveld of bosrand heen draaien, probeert Jonathan door dwars op de weg te gaan staan, wild de spotten. 'Stapels' konijnen. Goh, wat veel en wat een leuk gezicht, dat gehuppel voor ons uit.
"Kom, we proberen het nog één keer; we gaan over de Konijnenkamp, aan het eind tegen de bosrand -eikenbos- zullen ze zijn", opper ik. We volgen het zandpad met zo af en toe een grote zigzag makend om breder met het licht te kunnen schijnen.
Dat loopt ietsjes uit de hand. Een voorwiel van de auto komt in het grind van de schuin weglopende berm terecht en heeft geen grip meer. Dat wordt duwen voor Johann en mij. En lachen, want stel je voor dat we daar niet weg hadden kunnen komen. We staan op een zandpad in het donker buiten de bewoonde wereld.

Het zwijn wordt niet gevonden. Voor de bosrand staan grote maisvelden; er valt niets te ontdekken.
We gaan terug naar de Enk voor het laatste interview. Het duurt even voordat ik weer 'in de plooi' ben. De jolige stemming valt teveel van mijn gezicht af te lezen en ik wil niet dat de kijker denkt, dat ik niet serieus ben met het vertellen van mijn verhaal. Maar de jongens zijn professionals, Johann een goede interviewer, Jonathan een goede opserveerder en gedrieën hebben we al snel de juiste toon.
Ik mag vertellen of mijn mening over wat ik gezien heb ook is bijgesteld, na alles wat we vandaag hebben meegemaakt. Ik blijf erbij dat ik een grote zwarte katachtige gezien heb, en dat ik door het verhaal van de boswachter daarin alleen nog maar ben gesterkt.
Maar een poema? Nee, beslist geen poema; daar heb ik nooit in geloofd. Poema is volgens mij fictie.

Ze zetten mij om 11.00 uur bij huis af en gaan zelf nog een keer naar de Enk om te proberen met wat voer dieren voor de verdekt opgestelde camera te lokken. Kwart voor twaalf zijn ze terug. Niks, jammer, maar ook dit is de realiteit van de natuur, die zich niet laat dwingen. En is dat op zich al niet leuk? Maar hoe breng je dat op de kijker over.

Aankondiging TV Gelderland 28 september 2005

Actueel probeert poemamysterie op te lossen
Al maanden zijn velen in de ban van een eventuele poema, katachtige, grote huispoes of wat er dan ook over de Veluwe struint. In de pers zijn talloze verhalen en foto's verschenen, maar bewegend beeld: ho maar. Samen met natuurliefhebster Henny Rave probeert Actueel het mysterie op te lossen. Het resultaat is een nachtelijke speurtocht naar de eerste beelden van de poema. Of wat daar voor door moet gaan.

Einde verhaal?

Is dit nu werkelijk het einde van het verhaal? Ik denk van wel. Als ik het dier weer zie zal ik opnieuw blijven staan, me verwonderen over zijn beweging en zijn zwarte vacht. Ik zal proberen er een mooi plaatje van te maken, die ik dan alleen aan de lezers van mijn site zal laten zien. Verder laat ik de poes mooi met rust.

Of ............. maar dan moet er wel een heel erg goede reden voor zijn ...

 

 

 

Een jaar lang struinen over De Enk

Voor het laatst bijgewerkt op 28-09-2005

 

 

Home

Inleiding

Het pad naar De Enk

Anekdotes
* Lange niet dom
* En dan ...?
* POEMA


* ... en waar gaat de mais-het hooi naar toe
* ... en wie gaat er mee 'aan de haal'?


* Wat vliegt daar
* Dieren
* Bloemen
* Oude bomen

GESCHIEDENIS
*Geschiedenis en ontstaan
*Paden krijgen namen
* Veluwsche Stoomtrein Maatschappij
* Bos 'Munsterman'

Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December