23-24/8/2002    Utrecht - Logrono  - Sta. Domingo                55 km

"Een vriendelijke chauffeur, dat is in ieder geval al mooi meegenomen" zeg ik tegen Marianne. Marianne kijkt zijn kant op en concludeert: "een knappe man". "Dat bedoel ik eigenlijk ook" lach ik. Maar onze eigen mannen zijn ook knap. Zij zijn bezig de lowriders van onze fietsen te sleutelen; deze moeten verwijderd worden voordat de fietsen in de aanhanger van de bus worden geladen. Een lastig klusje waar de nodige tangetjes aan te pas moeten komen om alle schroefje los te krijgen. Het lukt, de schroefjes worden veilig opgeborgen en Henk krijgt een tangetje van Albert mee voor een 'je weet maar nooit' geval.

Albert en Marianne stonden vanmorgen al om negen uur bij ons in de inrit om ons met fiets en al naar het station van Utrecht te brengen, de opstapplaats van de Cycletours fietsbus. Een weelde, anders hadden we met de trein gemoeten. Dat gaat wel, maar het is een heel gezeul omdat in de trein de tassen van de fiets moeten. Wanneer de fietsen in de aanhanger en de bagage onder in de bus is geladen, vertrekken we en worden uitgezwaaid en ik doe dat zo enthousiast, dat de chauffeur vraagt of hij nog een extra rondje om het plein zal maken. Ik ga zitten en begin mij een beetje over te geven aan het idee dat we nu echt met vakantie gaan en we ons voor een poosje gaan afzonderen van de 'dierbaren' die we achter laten. Henk heeft denk ik datzelfde gevoel en vraagt: "Hoe vind je Albert zonder snor en baard". "Mooi" is mijn antwoord; Henk vindt dat ook. In Eindhoven, de laatste opstapplaats, kijk ik nog even op mijn GSM of er misschien toch nog een SMS-je is. Niks; nu moet ik echt ophouden te sentimenten; de GSM gaat uit.

"Chauffeur, waar is het wachten op?" vraag ik, wanneer ook in Eindhoven de fietsen in de aanhanger hangen "Chauffeurswissel" is het antwoord. Slik, kan ik weer opnieuw beginnen met de keuring. "Jong, en hopelijk niet onbezonnen" is mijn eerste oordeel, wanneer ik de verse chauffeurs zie. Echte Brabanders blijkt even later wanneer ze zich aan ons voorstellen. Er wordt een gezellig muziekje opgezet, Hollandse schlagers. Maar gelukkig wordt dat al snel vervangen door iets, wat ieders oor verdragen kan.

Via Brussel-Lons rijden we over de Boulevard Periphérique in Parijs naar Blois. We lezen een krant, rijden door een in de loop der jaren voor ons bekend geworden gebied, maar het verveelt nooit om op ons gemak vanuit de bus het landschap te aanschouwen. "Wat doe je toch" vraagt Henk. "Oh, niets bijzonders, ik probeer of ik met de spierballen van mijn arm kan rollen". (Voor belangstellenden: het is één keertje een beetje gelukt maar ik ben er niet achter hoe 'men' dat 'aanstuurt'). Ter hoogte van Blois worden de zitplaatsen omgebouwd tot bedden en mogen we gaan slapen. De volgende ochtend worden we wakker in Hendaye, waar de bus voor ongeveer 3/4 leeg stroomt en de mensen worden achtergelaten in het donker in de stromende regen. Wij moeten nog even blijven liggen en de bus brengt ons naar een cafetaria waar wij ons kunnen opfrissen en ontbijten, terwijl de chauffeurs de bus weer ombouwen tot zitbus. We hebben best een redelijk nacht gehad en voelen ons uitgerust. Wij rijden verder over de uitlopers van de Pyreneeën, door Rioja wijngaarden, gevolgd door Navarra. Zo af en toe zien we de Santiago de Compastello bedevaartgangers lopen, licht voorover gebogen, grote rugzakken meetorsend op de rug. Soms lopen ze bijna in file zoveel zien we. Veel jonge mensen trouwens; ja het is ook nog vakantietijd natuurlijk.  Het lijkt me ook nog eens leuk om zoiets te ervaren; Henk doet er wat bedenkelijker over.

Het is nog steeds ontzettend grauw in de lucht, maar in Logrono aangekomen is het gelukkig droog. We worden gedumpt bij een camping en Henk mag de lowriders weer op de fiets monteren. Onder luid 'hoera-geroep", wel tien keer hetzelfde schroefje oprapend, lukt het uiteindelijk. Het is dan ook een heel lastig gepriegel. Volgende probleem: Henk is zijn riem kwijt, de 'bagage-spinnen' zijn zoek, Henk zijn zweetband is verdwenen, maar de sokken zijn er gelukkig wel. "Is dit wel mijn fietsbroek" moppert Henk. "Jawel Henk, maar je hebt hem achterstevoren aan". Wij zijn de laatsten die vertrekken.  Wanneer ik opstap, zwiep ik over de weg, maar houd mij nog net overeind. Ik schreeuw: "Henk, mijn stuur stuurt niet." Oh, die moet ik nog even vastzetten". "Wil je eigenlijk wel fietsen" venijn ik nog even. Henk zegt wijselijk niets en we besluiten in het park eerst even rustig een paar boterhammen te gaan eten; de vakantie is tenslotte begonnen.

We fietsen daarna Logrono uit, maar wanneer we beginnen te klimmen zie ik in mijn spiegel dat Henk achter blijft. Wat nu weer. "Mijn versnelling doet het niet". We inspecteren de kabel en komen tot de ontdekking dat Stef, toen hij de nieuwe standaard aan Henk zijn fiets heeft gezet vlak voor ons vertrek, de versnellingskabel er ook bij onder heeft geklemd. Grapjas, die Stef. Wanneer ook dat is verholpen, fietsen we Logrono uit over de vluchtstrook van een 4 baans snelweg. Na 8 km wordt hij 2 baans maar niet minder druk. Gelukkig is het zaterdag en is er niet zoveel vrachtverkeer. In Sta. Domingo zoeken we een camping op; prima camping alleen het restaurant is niet open. We besluiten nog even naar het stadje te fietsen en doen daar wat inkopen. Wanneer we een restaurantje zoeken, zie ik dat de lucht erg donker wordt en dreigende onweerskoppen verschijnen en we hebben geen regenjassen meegenomen. Onze truien mogen niet nat worden en we besluiten snel naar de camping te fietsen. Daar aangekomen begint het direct te plenzen. Er zit niks anders op dan onze boodschappen in de tent op te eten; brood met vis en yoghurt na. Geen Rioja of Navarra, zoals we ons hadden voorgesteld, vanavond moeten we het met sinas doen.

Terug naar index