28/8/2002     Covarubias  -  San Estoban de Gomaz    104 km

De lange broek en regenjas kunnen 's morgens direct weer aan; het is nog steeds koud 's ochtends. Ook miezert het iets. Tegen beter weten in vragen we toch maar aan de bakker of hij al brood heeft. Om 10.00 uur is het antwoord en wordt daarmee de waarschuwing in het boekje van Bert Siters bevestigd. Gelukkig hebben we nog een stuk oud stokbrood en daarop rijden we via een pittige klim met stukken van 8% naar Santo Domingo de Silos, waar een bezoek aan het Monasterio de San Pedro de Cardena op het programma staat. Het Benedictijner klooster dateert uit de 7e eeuw. In het klooster zijn Mudéjar decoraties te vinden. Wij voegen ons bij een gezelschap Spanjaarden en kunnen met het gezelschap mee lopend ook nog even in de apotheek kijken waar vroeger geneesmiddelen werden gemaakt.

We vervolgen onze weg door Parc Desfiladero de la Yeclo , een natuurpark met diepe rotskloven. Voor ons betekent het pittig klimmen, waarna we op een hoogvlakte komen. Even later fietsen we onder het wolkendek uit en de regenjassen en de lange broek kunnen opgeborgen. De hoogvlaktes worden soms weer afgewisseld door kloven. Het gebied wordt steeds eenzamer. We zijn dan ook in de provincie Soria aangekomen, een dunbevolkte streek, met ontvolkte dorpjes; 10 inwoners per km2 vertelt het boekje ons. Wanneer we weer in zo'n half vervallen dorpje om ons heen staan kijken, vragen we een oud vrouwtje of het water uit de pomp drinkbaar is. Zij heeft de dag van haar leven; ze heeft met Olandas gepraat. Nou ja gepraat, ze revelt maar door en we begrijpen dat uit de pomp hetzelfde water komt als bij haar in huis. Het gesprek duurt zeker 10 minuten en we si-en en ja-en en knikkend begrijpend. Wanneer het uiteindelijk lukt om te ontsnappen, fietsen we snel door, niet al te goed om ons heen kijkend. Dat zal ons later opbreken, maar dat weten we pas 9 kilometer later. Wanneer we al zwoegend tegen de harde wind in, vals plat natuurlijk, een dorpje uitrijden, meent een hond, meer lijkend op een geel kalf, dat hij ons eens van dichtbij moet bewonderen en vooral de van zonnebrandcreme en zweet glimmende kuiten even moet besnuffelen. Met grote halen komt hij al bouwouwend aangerend. Ik fiets als een gek, al zal dat, als de hond mijn kuiten perse zou willen proeven, geen enkele zin hebben. Henk brengt de dogchaser in stelling, laat de hond zoals in de gebruiksaanwijzing staat aangegeven, tot op 5 meter naderen, drukt op de knop en hond staat ineens roer-en geluidloos stil. Ik durf achterom te kijken en het is een heel vreemd gezicht. Het grote beest staat stokstijf midden op de weg ons na te staren. De opluchting duurt maar zo'n 5 km lang, want een poos later ontdekken we dat we verkeerd zitten. Ik inspecteer eerst de kaart eens of er een andere mogelijkheid is om weer op de route te komen. Helaas, het blijkt dat er maar één mogelijkheid is, weer langs die hond. Met hoge snelheid, nu wel eens een keertje voor de wind, maar met kloppend hart proberen we geluidloos langs de hond te fietsen die weer in de berm ligt. Natuurlijk zullen we niet aan zijn aandacht ontkomen, maar tot onze verwondering blijft de hond liggen met zijn voorpoot over zijn ogen. Hij wil ons duidelijk niet zien. Vlak bij het huis waar we eerder met het watervrouwtje hebben staan praten staat de verwijzing naar de richting die wij moeten volgen: San Estoban de Gomaz . We hebben gelezen dat er geen camping is en gaan opzoek naar een hostal. We zien wel het in het boekje genoemde veld met houten huisjes, waar niet gekampeerd mag worden, maar toch gaan we even kijken. Bij navraag blijkt dat het nog steeds niet mag, maar wel kunnen we voor een nacht een huisje huren. Even later sta ik dus de was te doen in ons huisje; we hebben een eigen douche, ik kook in het keukentje, wat we opeten op de veranda. Slapen doen we in een spaanse twijfelaar; smal bed, spiraalvering met lichte kuil; we slapen prima .

Terug naar index