29/8/2002   San Estoban de Gomaz   -  Rello                         77 km

In alle rust breken we op; eerst ontbijten op ons terras met uitzicht op het stadje. Pas om half elf vertrekken we. Het eerste deel van de tocht is merendeels vals plat met zo'n 4% stijging, meestal over de hoogvlakte en weer die tegenwind. Na zo'n 25 km rollen we over een heus fietspad El Burgo de Osma binnen, een prachtig oud stadje met een schitterende kathedraal en straatjes met arcades. We drinken koffie op de Major. Verder fietsend over hoogvlaktes ontdekken we een veld met gieren. We zien ze nu van vrij dichtbij ; wat een machtige vogels. Even later ontdekken we hoog op de heuvel de muren van een tot rune vervallen moors kasteel (bouwjaar 956-966) liggen. Beiden hebben we het gevoel dat we er niet zo nodig naar toe hoeven. We fietsen er in een boog omheen, met steeds weer vanuit een andere invalshoek zicht op de muren van het 400 meter lange bouwwerk. Ook dit kasteel werd door El Cid in 1074 veroverd.

We fietsen door naar Berlanga de Duero. Ook hier heeft El Cid geleefd. Hij heeft het indertijd cadeau gekregen van Koning Alfonso in 1089. Lang blijven we er niet hangen, want we moeten verder en de routebeschrijving belooft ons nog wat klimwerk. De hoogvlakte waar we nu rijden is zo ontzettend mooi. Ik ben nogal onder de indruk van de 'tafelberg', die in de verte de horizon verfraait. Het boekje beveelt ons aan om vooral even van de route af te wijken om de Hermita de San Berlanga te bezoeken. De kapel is gebouwd in de tijd van El Cid en geldt als een van de meest uitgesproken voorbeelden van vroeg-romaanse cultuur. We zwoegen naar boven en voor het eerst moet ik het lichtste verzet gebruiken. We komen aan bij een stenen vierkant gebouw met een zo goed als plat dak. Slik, is dat alles? Het is naar mijn mening ook nog eens te mooi gerestaureerd. We zoeven daarna naar beneden en fietsen verder naar Caltojar een pitoresk dorpje, waar we volgens de beschrijving inkopen kunnen doen. Het is inderdaad een erg mooi dorpje met een fraaie kerk.  Een paar kinderen vragen ons of we de kerk van binnen willen bezichtigen. Natuurlijk willen we dat graag en zij gaan op stap om de sleutel te halen. Helaas blijkt de sleutelbewaarster niet thuis te zijn; jammer, maar waar is de supermarkt? Er wordt niet gewezen maar druk gepraat en een jongetje zegt dat we mee moeten gaan naar zijn padre, de patroon van de dorpsbar, want zijn padre spreekt Engels. Even later vertelt (een erg mooie; Henk is dat minder opgevallen) padre ons dat er in het dorp geen winkel meer is. Op de muur van zijn bar zijn trouwens vale wandschilderingen van Pablo Picasso waar te nemen.  Ook wanneer we het dorp uitrijden, zien we er nog een paar op een muur.

We hebben een probleem. In Rello, de eerstvolgende plaats over ongeveer 20 km en ons einddoel, schijnen ook geen winkels te zijn, laat staan een bakker. Ach, echt zorgen maak ik me niet; we hebben voedzame hartkeks en een zak muesli. Als je weet dat je niet teveel eten meer hebt, gaat dat gelijk ergens knagen en Henk krijgt last van de hongerklop. Geen probleem, want we hebben  nog Mueslirepen. Voor de zekerheid, we moeten nog behoorlijk klimmen, duwen we er ook nog een paar hartkeks achteraan en maken ons op de laatste klim van de dag. Bij Rello aangekomen duwen we de fiets over het steile toegangsweggetje naar boven en door de stadspoort het schitterende en goed bewaarde Middeleeuwse stadje binnen. De hele muur is nog in tact of gerestaureerd en de huizen zijn ook in de oude stijl opgeknapt. Het is er totaal niet toeristisch. En bar voor de plaatselijke bevolking en gasten mogen er ook gerust hun dorst komen lessen. Verder aan het eind van het stadje een kerk, waar een aantal vrouwen + een man bezig zijn met de grote schoonmaak van de kerk. Er wordt gezongen, kleden naar buiten gedragen en geklopt, zodat het stof rond vliegt. In ons boekje staat dat wij onze tent mogen opzetten bij de hermita, maar bij deze kerk is een heel klein grasveldje, dat lijkt ons niet goed toe. We informeren even bij de poetsmeneer en uit zijn gebaren begrijpen wij, dat buiten de stadsmuur de hermita moet zijn. Door een andere poort zien we inderdaad de hermita liggen en we brengen de fiets erheen en gaan op een groot rotsblok zitten te genieten van het uitzicht . Dorst brengt ons weer in beweging richting bar en of we daar of op het rotsblok het boekje "Wat en hoe in het Spaans" zijn kwijtgeraakt, we zullen er waarschijnlijk nooit achterkomen. We missen het een paar dagen later, maar met gebarentaal lukt het net zo goed ondervinden we.

Wanneer we in de bar vragen of we ergens een hapje kunnen eten antwoordt de vriendelijke vrouw dat er geen restaurant is, maar dat zij wel iets voor ons klaar wil maken. We spreken af dat we om 21.00 uur terug komen en gaan  terug naar de hermita waar we vast de tent opzetten. Zoals afgesproken krijgen we 's avonds een maaltijd voorgezet; eerst een grote ensalata, daarna lomo (een soort casseler rib) met per persoon 2 spiegeleieren, opgesierd met tomaten en nog wat groente uit de tuin. Als toetje diverse soorten fruit. Natuurlijk nog een soberanootje na (of waren het er 2?); met de genoten wijn is het in ieder geval voldoende om de nacht warm door te komen. Henk doet alvast zijn lenzen uit op het toilet bij de bar; bij de tent is het pikkedonker. Wanneer ik zo snel mogelijk in de slaapzak schuif, is Henk nog aan het rommelen. "Waar zijn mijn lenzen; ik zie mijn lenzen niet". "Dat zal wel kloppen" grap ik "want je hebt geen lenzen in". Het is niet leuk, het hoofdlampje wordt ter hand genomen, maar wat Henk ook zoekt, geen lenzen, terwijl hij zeker weet dat hij ze in zijn broekzak gestopt heeft. "Henk, please ga slapen, ik wil dit gedoe niet meer midden in de nacht; ik word er zo wakker van". Henk kleedt zich weer aan en even later laat hij mij moederziel alleen in de tent bij de hermita en gaat terug naar de bar om te controleren of hij de lenzen daar heeft laten staan. Ik probeer te slapen, maar het oor waar ik niet op lig, spitst zich toch wat meer om eventuele verdachte geluiden te signaleren. Ik hoor gelukkig na een poosje weer bekende voetstappen; Henk, nog steeds zonder lenzen, dus ook niet in het toilet van de bar. De slaapzak wordt nog eens betast en ja hoor, in een plooi ligt het lenzendoosje, waarschijnlijk bij het uitkleden uit de broekzak gerold. Gelukkig, we mogen slapen. Mijn gespitste oor komt nog niet tot rust. Ik hoor muisjes piepen, een uil oehoeboeroe-en, een vogel zielig krijsen. Wanneer ik nog maar net slaap, moet ik al weer plassen. Na wat moed verzameld te hebben om uit de warme slaapzak te kruipen en de kou in te moeten, rits ik de tent open en wat ik dan zie, is overweldigend mooi. Een inkzwarte maar toch zeer heldere hemel, bezaaid met ongelooflijk veel sterren. Zoiets heb ik nog nooit gezien. De kou drijft mij al snel weer de tent in maar het beeld zal ik niet weer vergeten. "Rello, een hoogtepunt van de tocht", schrijft Bert Sitters in zijn boekje. Zou hij de sterrenhemel ook hebben gezien?

Weer word ik wakker; het lijkt of er iets aan het grondzeil van de tent knaagt. Ach, het zal wel verbeelding zijn; slapen gaan. .... Toch hoor ik het duidelijk. Dit moet een plasticvretertje zijn. Ik ga rechtop zitten. Henk wordt ook wakker. "Wat is er!". "Ik hoor een plasticvretertje". Henk z'n gezicht zie ik niet maar op de manier waarop hij zich omdraait, kan ik me er iets bij  voorstellen. H, het geluid is weg. Zou het een 'plastic' snurkje van Henk zijn geweest? Nu ga ik echt slapen en word niet eerder weer wakker dan op het moment dat de wekker afloopt; acht uur.

Terug naar index