1/9/2002   Molina  - Albarracin             100    km

We blijven nog een uurtje liggen nadat het rockconcert verstomd is. We horen nog steeds veel mensen schreeuwen, lachen en praten vlak bij ons pension. Om acht uur staan we op. Gisteravond hebben we de instructie gekregen dat we de sleutel van de garage, waar onze fietsen staan, kunnen vinden als we de hand onder de gleuf aan de onderkant van de deur doorsteken. Wanneer Henk de instructie uitvoert, voelt hij geen sleutel en zoekt ook niet al te goed want hij vreest voor zijn vingers. Aan de andere kant van de deur heeft de hond inmiddels een vreemde hand ontdekt en dat laat hij weten door luid te blaffen en te snuffelen. Het spreekwoord: "Blaffende honden bijten niet" wil Henk niet verder toetsen en we bellen aan. Signora verschijnt even later in ochtendjas, totaal niet sacherijnig omdat we haar wakker gebeld hebben. We lopen naar buiten om vanaf de buitenkant naar de garage te gaan. Nu zien we waar het rockconcert heeft plaatsgevonden. Op het podium voor ons pension. Wij sliepen aan de achterkant; jammer anders hadden we vast uit het raam gehangen. Signora is inmiddels helemaal uit haar doen. Er is tegen haar gevel, haar garage en waarschijnlijk ook in de bloembakken geplast. De stenen trap naar het straatje hogerop is ook een plasplek geweest en over de iets aflopende straat is de urine onder de kierende deur van de garage naar binnen gestroomd. Ze moppert terecht aan een stuk door en ik beaam alles met si en ja. Ze begint gelijk te schrobben, maar als ik haar vraag  waar ik een bakker kan vinden wordt de bezem aan de kant gezet, pakt ze mij weer bij de arm en loopt met mij, op sloffen en in ochtendjas, het stadje in. Ondertussen blijft ze maar doorpraten. Op een gegeven moment valt er vanaf een balkon een knijper naar beneden bijna op mijn hoofd. Met de veroorzaakster wordt ook weer een hele redenatie gehouden. Daarna gaan we weer verder. We gaan niet rechtstreeks naar de bakker; ze laat me eerst nog een aantal bezienswaardigheden zien, waar we echt nog even zouden moeten kijken. Ook wil ze met mij naar de Romeinse brug, maar ik kan haar gelukkig duidelijk maken dat ik die al heb gezien. Ik antwoord haar inmiddels gewoon in het Nederlands met zo af en toe een spaans woord, of iets wat daar op lijkt. Ik begrijp dat zij goed heeft geslapen met behulp van slaaptabletten en oordoppen. Uiteindelijk komen we bij de panaderia, inmiddels weer vlakbij het pension. Nog gaan we daarna niet rechtstreeks terug naar het pension. Ze wijst me eerst nog op de Romeinse fontein op het plein waar ook het pension aan ligt en waar het concert heeft plaats gevonden.

Henk heeft inmiddels de fietstassen aan de fiets gehangen en even later fietsen we via de bakker over de Romeinse brug het stadje uit. Men is al weer druk aan het schoonmaken. We komen nog wat beschonken jeugd tegen met potten bier in de hand, maar ze zijn totaal niet lastig. Het is direct weer klimmen geblazen, 9% in het begin maar niet lastig. Het blijkt een oefening te zijn. We moeten nog een paar keer stevig klimmen, maar daarna volgt er een lange afdaling. Dan een aanloop eigenlijk voor de volgende forse klim over een prachtige nieuwe asfaltweg, alleen is helaas nog niet de gehele weg gereed en komen we op een gedeelte terecht waar het asfalt verwijderd is en wij over grof graffel verder moeten. We proberen zoveel mogelijk in de aangestampte sporen van vrachtauto's te rijden. Gelukkig is het zondag en wordt er niet gewerkt.  Na zo'n 9 km over deze weg te zijn geklommen, wel een prachtig mooie omgeving, komen we in Checa, een bergdorp met houtindustrie op 1400 meter hoogte en gelukkig is er weer asfalt. Bij een bar spoelen we ons het stof uit de longen met cola. We hebben het niks niet warm en stappen, nadat we nog even naar de kerk zijn gelopen, snel weer op de fiets. Er moeten nog wat kilometers gemaakt worden vandaag. Net buiten het dorp zien we weer grote borden met: "Werk in uitvoering; verboden voor ........". Ons bange vermoeden wordt bevestigd; weer graffel. We vrezen voor onze banden. Het eerste gedeelte is moeilijk te befietsen, de graffel is grof en nog niet aangestampt. Natuurlijk blijft het licht stijgen, maar ik vermoed dat dalen over deze weg nog lastiger is. Niet nadenken, gewoon doorgaan, elke meter is er weer één. Achteraf blijkt dat we 23 kilometer over graffel hebben moeten fietsen. Maar daarna krijgen we gelukkig een vrij vlak gedeelte zodat we kilometers kunnen maken over een lange rechte weg over een hoogvlakte, waar we nog een mooie hermita fotograferen. Ook de kilometers aanloop naar de volgende 7 kilometer lange klim is niet zwaar. De klim naar de Puerto de Orihuela is pittig maar erg mooi door bossen, zodat we geen last van wind hebben. We blijven daarna vrij hoog fietsen, dalen later geleidelijk een kloof binnen even voor het stadje Albarracin, ons einddoel van deze dag.

De laatste kilometer naar de camping is erg steil. Ik kan bijna niet meer, onderdruk zelfmedelijden, wil me niet laten kennen, moet mijn humeurige gevoel wel wegduwen, want bovenaan bij de camping staan mensen ons klappend en aanmoedigend op te wachten. Goed ik lach weer. De ontvangst op de camping is erg hartelijk. Op ons gemak zoeken we een schaduwrijke plek uit want we willen hier morgen een dagje rust houden. We vinden een erg leuk plekje met mooi uitzicht, zetten de tent op en gaan, nadat we ons geïnstalleerd hebben, weer naar de bar van de camping onze dorst lessen, bestellen een diepvriespizza ("Henk je krijgt mij echt niet meer op de fiets om een restaurantje te zoeken"), die erg lekker is volgens de 3 Hollandse lui (jong echtpaar en vriendin/zus schat ik in). "Doe me ook nog maar een Soberano". Hè, wat voel ik me hier lekker met een vrije dag in het vooruitzicht.

Terug naar index