2/9/2002   Albarracin  

Het gebruikelijke vrijedagspatroon: wasje doen, rustig ontbijten, praatje met de vertrekkende Hollandse fietskampeerders, die ook een groot gedeelte van de El Cid route fietse n; ook zij vinden het niet makkelijk. "Misschien treffen we elkaar nog".

Zo rond het middaguur wandelen we naar Albarracin een schitterend stadje. Het hele stadje is uitgeroepen tot nationaal monument.Boven het stadje uit liggen Moorse runes.We dwalen door het stadje; om elke hoek is weer een ander mooi nauw steil straatje met balkonnetjes met bloemen of wasgoed. Ook hier weer arcades ondersteund met houten pilaren. Het is smullen om door dit stadje te struinen. Dat doen we ook van de tapas op de Major, bezoeken daarna de romaanse kathedraal del Salvador uit de 13e eeuw met een schitterend altaar . Ook het naast de kerk gelegen museum is een bezoek meer dan waard.

Inmiddels hebben we een dreigende wolk gesignaleerd boven het fort en op een gegeven moment duwt die dreiging ons weer naar de camping, zo'n 1 kilometer lopen. Op de camping aangekomen vallen de eerste grote druppen en ik ren naar mijn was, die achter de bar op de centrale waslijn hangt te drogen. Tegelijk komt de campingmevrouw aangesneld, ook met de bedoeling om mijn was te redden. Aardige mensen.

We nestelen ons weer op de veranda van de bar, steeds meer kledingstukken en een boek uit de tent halend. Henk begint aan  de Peetvader en ik worstel door Het heilige bloed en het heilige vuur. Wat me erg boeit is het verhaal over de Tempeliers; zij hebben ook aardig huisgehouden in de streek waar wij later nog doorheen komen. Wanneer het droog is gaan we naar de slager en supermarkt. We hebben ontdekt dat er naast de bar een stenen hut is met picknickbanken, een binnenbarbecue-plek, zelfs hout om een vuurtje te stoken is aanwezig. Ook aan een wasbak met kraantje is gedacht. Wanneer we zitten te eten, komen er 2 jonge Belgen bij ons zitten. Ze trekken lopend en met openbaar vervoer door Spanje. Het valt tegen; in de binnenlanden rijden maar sporadisch bussen en ze hebben een veel te zware uitrusting bij zich. Wanneer ze onze verhalen horen weten we n ding zeker: volgend jaar gaan ze ook fietsen.

Terug naar index