5/9/2002   Cantavieja - Cinctorres              70 km

"Wat een dag" zijn zo'n beetje mijn laatste woorden wanneer ik aan het eind van de dag in ons appartementje in bed rol.  Het gedeelte na Albarracin is beslist veel pittiger en dat merken we elke dag eerder aan onze spieren als we een poosje gefietst hebben. De verzuring slaat sneller toe. Het aanzetten snijdt bij de eerste meters behoorlijk door de bovenbenen. De kuiten voelen als beton.

De dag begint leuk. Vanuit Cantavieja is het de eerste 30 km. voornamelijk dalen, al worden onze benen zo af en toe wel licht geprikkeld wanneer het weer even stijgt als aanloop voor een volgende afdaling. Wanneer we ongeveer 5 km op pad zijn horen we een motor aankomen; het is onze Amerikaan. Breed lachend wordt er gestopt, een foto gemaakt, weer afscheid genomen en ik beloof de foto te sturen. We komen bij het prachtige middeleeuwse tempeliersstadje Mirambel. Het stadje heeft 5 toegangspoorten, waarvan de mooiste de poort van San Antonio is. We fietsen daarna glooiend door naar Forcas. Daar gaan we eerst naar de ons door Bert Sitters aanbevolen bakker en kopen er naast brood ook een soort vruchtengebak, dat we daarna opeten op het dorpsplein. Verder maar weer; op naar Morella. Ik twijfel een beetje of we wel goed fietsen, maar na een poosje komen we bij een afslag richting Morella. Eerst gaat het nog goed; door een rivierdal, maar daarna zien we in de verte auto's langs een weg omhoog kronkelen en onze vrees wordt waarheid; ook wij moeten tegen die berg omhoog. Het ergste is, dat er over deze weg ook steeds zware grindauto's naar boven kringelen. Maar er zit niks anders op, ik wil naar Morella, want daar ligt een stukje geschiedenis waaraan ik wil ruiken. Het zijn angstige momenten als ik achter mij een grindauto tegen de berg op hoor kruipen en langzaam dichterbij hoor komen. Als de mogelijkheid er is stap ik even af en laat hen passeren. Het traject is erg zwaar, maar we zetten door. Gelukkig buigen de vrachtwagens halverwege af zodat we wat rustiger op de fiets zitten, wanneer we nog eens een erg gemene bult voor de kiezen krijgen. Boven gekomen zien we in de verte Morella liggen en de kronkelende weg, die we nog befietsen moeten, eerst een lange afdaling met daarna een klim naar Morella. De afdaling is fantastisch, leuke bochten en lang, heerlijk om even te herstellen. Wanneer we beneden zijn, zien we dat Morella toch wel erg hoog ligt. "Moeten we het wel doen?" vraagt Henk. Het liefst zou ik ook aan dat gevoel willen toegeven en omkeren, maar de aantrekkingskracht om het stukje geschiedenis te voelen is sterker. Op een iets te scherpe toon zeg ik: "Ik ben hier niet helemaal heengefietst om Morella nu te laten liggen". Wie verzint eigenlijk zoiets, een stad boven op een berg te bouwen. Ik hoef hierop geen antwoord. Hoe hoger we klimmen des te verder zakt mijn stemming. Henk is ook niet meer al te begripvol en wanneer ik een foto maak van de stadmuur die we na veel gezwoeg hebben bereikt, vindt Henk het niks. Hij zoekt oorlog in dit stadje maar ik vuur met scherp terug. We zoeken daarna een bankje op en gaan gezellig brood eten en rusten wat uit. Het is hierboven trouwens fris, zodat we de jasjes er bij aan doen. We wandelen daarna nog even de stad in en komen bij de basiliek Santa Maria la Mayor met indrukwekkende toegangsdeuren met prachtige beelden van de Apostelen. Morella dankt haar naam aan de heren van de orde van Montesa, gesticht in de 14e eeuw door erfgenamen van de Tempeliers. De stadsmuur is ook uit de 14e eeuw en 2500 meter lang en heeft 14 torens en 6 poorten. Boven Morella domineert het Middeleeuwse kasteel. Ook hier heeft El Cid gevochten en het kasteel veroverd op de moren. Nadat ik wat verleden opgesnoven heb, kringelen we weer naar beneden en komen op het kruispunt, waar we zojuist uit de bergen zijn komen fietsen. We moeten richting Cinctorres en we worden weer richting de weg met de hoge bulten verwezen. Dit kan niet goed zijn. De kaart wordt er weer bijgehaald. Op het kruispunt staat ook een verwijzing naar Forcall, maar over deze weg zijn wij niet gekomen. Deze weg is trouwens ook afgesloten. Er zit niks anders op nu de bulten van de andere kant te bewonderen. Ok, geen gepiep, op de pedalen en trappen. De bulten lijken vanaf deze kant minder zwaar te zijn, maar misschien komt het ook omdat we weten wat ons te wachten staat en door de fietsgeest die op dit moment in mij is gevaren. De kiepauto's zijn gelukkig niet meer aanwezig. Ik denk dat ze siesta aan het houden zijn. Uiteindelijk staan we weer in het rivierdal en moeten nog een paar kilometer klimmen naar Cinctorres. Bert Sitters spreekt over pittige stukken in de volgende helling. Ik noem ze smerig en gemeen. De geest heeft mij inmiddels verlaten en ik zit bibberend op de fiets. Ik kan niet meer. Ook een energiereep geeft mij geen kracht. Er zit maar n ding op. Stoppen.

In Cinctorres vragen we bij de bar of we ergens kunnen overnachten. We begrijpen dat we moeten wachten; degene die er over beslist is er niet. We wachten een uurtje, maar krijgen daarna wel de kriebels. Stel dat het niet mogelijk is, dan moeten we misschien in donker een plekje zoeken om vrij te kamperen. We besluiten op te stappen, maar het meisje komt er ineens aan met sleutels en beduidt ons mee te gaan en de fietsen mee te nemen. We lopen een ander straatje in en daar opent zij een deur en beduidt ons de fietsen naar binnen te rijden. We gaan daarna de trap op en daar opent zij opnieuw een deur van een appartement waar wij die nacht mogen slapen. We hebben een compleet appartement tot onze beschikking; kamer, keuken, 3 slaapkamers, badkamer en wonen tussen de Cinctorrenaren. 's Avonds eten we bij de bar en moeten zonder kaart beslissen wat we willen eten. Gelukkig smaakt het goed en we gaan daarna nog even wandelen. Laten we daarna in de wirwar van straatjes ons appartement niet weer terug kunnen vinden. Uiteindelijk komen we weer bij de bar uit en proberen de route daarna te lopen, zoals we eerder vandaag met het meisje zijn gelopen, die ons gebracht heeft. Het lukt deze keer gelukkig; waarna ik doodmoe het bed in tol.

Terug naar index