7/9/2002   Benassal - Eslida       109 km

's Morgens ontbijten we weer bij de kerk in Benassal, op het bankje waar we gisteren een appeltje hebben gegeten. Het is zaterdag en we moeten er rekening mee houden dat de winkels vanmiddag dicht zijn en morgen ook. We kopen het nodige en daarna beginnen we weer aan de heftige klim, die nu iets gemakkelijker wordt genomen omdat we hem al kennen. Na daarna een klein stukje gedaald te zijn, krijgen we nog zo'n klim voor de kiezen en komen uiteindelijk in het hoog gelegen Culla. Ook al weer een plaatsje dat El Cid op de Moren heeft veroverd en later hebben de Tempeliers het tot hoofdstad gebombadeerd van een groot gebied. Daarna is het dalen geblazen maar toch zit er hier en daar voor de afwisseling een kuitenbijtertje in. Zo langzamerhand schreeuwen onze kuiten om een dagje rust. We fietsen eerst langs hazelnootboomgaarden, daarna worden het amandelen en hoe kan het ook anders, we naderen tenslotte Valencia, de sinaasappelstad, allemaal boomgaarden met sinaasappels. De plaatsjes zijn vandaag niet erg interessant. Of misschien is het wel zo dat we er vandaag geen oog voor hebben en er de tijd niet voor nemen. Onda zijn we nog wel even ingereden. Het boekje vertelde mij, dat ook hier El Cid de Moren heeft verdreven en ik ging eigenlijk voor de Iglesia de la Sangra uit de 13e eeuw, welke versierd zou moeten zijn met Mudéjar kunst. We vinden de kerk, maar er lijkt geen deur in te zitten. Hij staat tussen de huizen ingepropt. We hebben er genoeg van en gaan even buiten het stadje op een muurtje ons laatste brood verorberen en ons voorbereiden op de 10 km lange klim die ons te wachten staat. Ik lees een aantal keren de tekst in het boekje in de hoop dat ik kan ontdekken, dat hij niet zo erg is als staat beschreven. Maar nergens staat: "het is minder erg dan het lijkt", dus we zullen het moeten ondervinden. Het eerste gedeelte valt mee, aan het laatste gedeelte komt geen eind. Wanneer je al 90 km op de teller hebt staan kermen de kuiten en bovenbenen bij elke nog heftiger aanzet. En de laatste paar kilometer heb ik geen verzet meer over waarop ik kan terug schakelen. Het is domweg naar boven beuken of lopen, maar dat laatste laat je wel; een fiets met bepakking naar boven duwen is eigenlijk geen alternatief. Ergens heb ik er plezier in. Het traject is zo mooi; steeds stijgend, terwijl de rivier en stuwmeertje steeds dieper onder ons komen te liggen. Eenmaal boven weten we dat we nu nog 8 km moeten dalen tot de camping in Eslida. Een schitterende afdaling door kloven. Jammer genoeg kunnen we niet erg goed om ons heen kijken omdat we onze concentratie nodig hebben bij de afdaling. Ongeveer 2 km. voorbij Eslida ligt de camping. Na zo'n lange fietsdag zie je het soms niet meer helemaal scherp. We proberen eerst de tent op een plek neer te zetten waar de grond keihard is. Gelukkig komen we weer wat bij zinnen en vinden we alsnog een plekje waar de grond iets minder keihard is. Het campingrestaurant blijkt 's avonds gelukkig open te zijn en wij zitten er helemaal alleen. Het is echt een heel mooi restaurant, we worden met veel elan bediend. Henk heeft samen met de campingbeheerster, tevens restauranthoudster, bediening, een heerlijke wijn uitgezocht, een prima Rioja, zo'n wijn, die in het glas blijft hangen. We vinden dat we het verdiend hebben. Vanavond is het sla, voortreffelijk bereide vis en heerlijk ijs toe.

Terug naar index