Dinsdag 26 augustus 2003 Jaca – Sanguësa 85,5 km

Wat een heerlijke douche, temperatuur zelf te regelen, grote straal, op de camping in Sanguësa, waar we nu aangekomen zijn en ik nu op het terras van de camping zit te schrijven, natuurlijk met hetzelfde recept als de voorgaande keren, een grote pot Cerveza, voor mij,. De tafeltjes naast ons zijn allemaal bezet door Spanjaarden, die rond deze tijd het terras bezoeken voor een tapas en een drankje om de tijd voor het avondeten, dat hier rond half tien plaats vindt, te overbruggen. Erg gezellig, die kwetterende mensen en kinderen die er op fietsjes omheen crossen. Onze tent staat inmiddels op een leuk rustig plekje, weloverwogen gekozen, daarbij gebruikmakend van Henk z’n kompas, om te kijken waar de zon opkomt, op het heetst van de dag staat, en weer onder gaat, zodat de tent nu de hele dag in de schaduw staat.
Morgen blijven we hier een dagje om het pelgrimsstadje beter te bekijken.

Het verloop van deze dag. Natuurlijk neem ik eerst nog even afscheid van het kleine rode katertje, het campingpoesje dat niks anders doet dan spelen. Ook nu heeft het geen aandacht voor mijn vertrek. Er moeten blaadjes stil gelegd worden, die door de wind opwaaien. Het is fris en na een paar kilometer gefietst te hebben, worden de fietstassen open gesjord, op zoek naar onze fietsjackjes, die natuurlijk ergens onderin zitten. Ach, de organisatie van de fietstassen, komt zo op een natuurlijke wijze tot stand. De minder belangrijke dingen verdwijnen vanzelf naar het onderste gedeelte. De eerst 50 km. gaat fluitend, het daalt de hele tijd licht. Prachtige tocht langs het meer van Yesa en rechts de steile bergen van de Pyreneeën. We zitten inmiddels weer op de Hispania route. Ook hier kun je zien wat de droogte van deze zomer teweeg brengt. Aan de randen van het stuwmeer kun je zien dat het water veel lager staat dan anders. Een eind verder liggen gebouwen boven water die vroeger plaats hebben moeten maken voor het stuwmeer. Vreemd gezicht. Om ons heen zie je ook de gevolgen van de aanleg van het meer; erosie. Door de wind zijn grillige vormen ontstaan in de omliggende rotsen. Het is een prachtig gezicht maar geeft wel te denken.
Ons doel is Monasterio de Leyre, dat zo’n 5 km. buiten de route ligt. Ik heb al een paar keer de kaart bestudeerd en mijn vermoeden vreest, dat ons wat klimwerk te wachten staat. Voor alle zekerheid kopen we in Yesa maar wat extra drinken (cola) en muffins en al snel vinden we het weggetje naar het Monasterio. We moeten zo’n 4 km achter elkaar klimmen met stukken van 12 á 13% stijging. Ik vraag me af of ik het op mijn Batavus had gered; ik heb nu wat meer schakelmogelijkheden en er wordt regelmatig naar het grootste blad achter geschakeld. Op een gegeven moment, kan ik, wanneer ik even gestopt ben voor een hapje lucht en een slokje, niet meer opstappen. Ik kan geen gang maken om op het zadel te komen en gelijk te gaan trappen. Dan maar een eindje lopen tot de volgende haarspeld, waar de weg iets rond loopt en het makkelijker opstappen is. Ik ervaar dat lopen, en daarbij de fiets naar boven duwend, beslist geen optie is. Wanneer ik Henk bereik, geeft Henk mij eerst even een zetje zodat ik kan gaan zitten en in het kleinste verzet zwoegen we naar boven. We hebben nog 10 minuten voor bezichtiging en we besluiten dan eerst maar naar de picknickplaats te gaan en daar siësta te houden. De picknickplaats, Fuente (bron) de las Vírgines, is een geliefde plek van de Spanjaarden. Het is hier dan ook heerlijk, lekker onder de bomen. En er is een bron met drinkbaar water, dat ook nog eens goed smaakt al is het straaltje wel erg dun, zodat je lang door de knieën moet zakken, om een bidon vol te tanken. Er staan prachtige stenen picknicktafels met bankjes, waarvan de poten versierd zijn met gebeeldhouwde dierenkoppen. Een heerlijk plekje om even te lezen en in te leven in de geschiedenis van het klooster. Het klooster stamt uit de 9e eeuw, heeft in de loop van de geschiedenis gediend als bisschopszetel, als hof van Koningen uit Navarra. Verder was het een belangrijke pleisterplaats voor pelgrims die vanuit Aragon over de camino de Santiago naar Santiago de Compostela liepen. Ook nu kun je nog overnachten al lijkt het me wel wat prijzig. Ook praten we nog even met een vrouw die alleen als pelgrim op weg is naar Santiago. Hm …
Om half vier kunnen we terecht voor bezichtiging van de prachtige kloosterkerk. We dalen eerst af in de catacomben en krijgen uitleg over de bogen en zuilen die op een wonderlijke manier de peilers zijn voor het fundament van de crypte. Henk krijgt nog een uitbrander dat hij flitst. Kan hij het helpen? In de beginnerscursus Spaans komt flitslicht nog niet voor en hij was ook nog niet voldoende in de gelegenheid geweest om erachter te komen hoe je de flits van het toestel ook maar weer uitschakelt. Dat heeft hij in ieder geval van deze rondleiding nu wel onthouden. Maar eerder had hij al wel gescoord door keurig in het Spaans naar een Nederlandse handleiding te vragen. De caissière verblikte of verbloosde niet, greep onder de toonbank en Henk kreeg wat hij vroeg. Om de folder hebben we wel even gegniffeld; ach glimlach maar even mee over de vertaling van wat er zoal op het voorportaal te zien is: fantastische plantaardige wezens, vogels met vervlochten neks en die hun poten aan elkaar pikken; door stelen gevangene hoofde. Dat laatste kon ik niet ontdekken.
Daarna gaat het in vliegende vaart de berg af naar ons volgende doel Javier. Het vliegen houdt op wanneer we de rivier Aragon oversteken; we mogen behoorlijk lang 8% klimmen, waar we eigenlijk geen zin meer in hebben. Janvier is een bedevaartsplaats voor de heilige Francisco Xavier, een medestichter van de Jezuïetenorde. We gaan eerst even op zoek naar water wanneer we de nederzetting bereiken en vinden dat we ook best een Magnum mogen. Daarna naar de kerk, want het kasteel is in restauratie. Henk vindt het allemaal wel best van afstand en ik ga even alleen op mijn fietsschoenen over het onregelmatige keienpad en daarna over een lange trap naar de kerk. De kerk is van binnen ‘ruw’ en eenvoudig; ik houd hier wel van. Het straalt rust uit en je voelt een soort – hoe moet ik het omschrijven – plechtigheid.
We moeten verder, eerst nog berustend klimmend, gevolgd door een lange afdaling, in Sanguësa direct doorgefietst naar de camping en zo is het gekomen dat ik hier nu op het terras zit, inmiddels net als de Spanjaarden, met een zakje Lays. Het zit hier prima, de menukaart heb ik ook al bestudeerd en ziet er goed uit. De tent ziet ons voorlopig nog niet terug.

Om half tien zitten we alleen in het grote restaurant. Gelukkig komen er tegen tienen meer gasten. We krijgen een kwartier uitleg over de kaart door een jongen die heel erg lijkt op Frits uit de serie de Vlaamse pot. Hij gaat op de zelfde manier door de klapdeur, heeft dezelfde humor. Schitterend, wat vermaak ik me weer. We hebben al bij het bestellen allerlei dierengeluiden gemaakt om er achter te komen welke vleessoorten op de kaart staan. Kaart? Een kladblokje met aantekeningen. Ons vermoeden is dat we een salade krijgen en dan vis. Het klopt redelijk; een grote salade met 2 bordjes, een soort vispotje van de streek, erg lekker, afgesloten met een café con leche en café americano (als we zeggen sin leche, krijg ik een sterke espresso). Oh ja, en dan de muziek. Er staat eerst leuke hardrock op; wanneer hij vraagt of er wat anders op moet, zeg ik nee, maar hij denkt ja, zodat ik zeg: doe maar iets Spaans. We krijgen internationale dansmuziek.

Terug naar index