Donderdag 4 september Cuenca – Belmonte 104 km.

Wanneer de wekker om 7 uur afloopt, is het nog donker. Fit voel ik me niet, maar wel goed genoeg om te fietsen. In half donker pakken we in en al wordt het steeds lichter, het blijft somber en dreigend. Voor alle zekerheid doen we de regenhoezen alvast om de fietstassen en zorgen dat de regenjasjes voor het grijpen zijn. Ik kleed me ‘dubbel’ aan om het gevatte kou-tje niet aan te moedigen. We verlaten de camping om 8.15 uur en fietsen weer door de prachtige kloof naar het begin van Cuenca waar ik een bakker weet te zitten. De bakker èn het kruidenierswinkeltje zijn beide open zodat we ook beleg, worst, queso en sap hebben. Tijdens ons ontbijt op het bankje voor de winkel worden we vermaakt met het wegslepen van een auto die half met zijn snuit op de weg geparkeerd stond, zodat auto’s elkaar daar niet meer konden passeren. Het verloopt met veel gebaar en officieel gedoe. Elke rang heeft zijn eigen auto, stopbordje, maar toch lijkt het economisch georganiseerd.
We fietsen daarna moeiteloos Cuenca uit. De route valt ons mee; niet al te steile klimmen en we dalen meer dan we klimmen. Het landschap is weer overweldigend. Pijnbomenbossen, goudgele velden met nog de stoppels van geoogst graan. Uitgebloeide zonnebloemen, totaal geen moeite meer doend om de zon te volgen. Het mag dan dor zijn, het geeft zo’n prachtige zachte kleur aan het landschap. De zon schijn vandaag niet, het is grijs, maar niet koud ongeveer 20 tot 25 graden. De dorpjes zijn niet erg spectaculair; sober en wit. We komen in Vilares del Saz, de streek van de hammen en kazen blijkt uit een aantal winkels met grote uithangborden en nog uitnodigender hammen in de etalages. Laat ik nu ter plekke een ontzettende zoutbehoefte voelen opkomen, zodat we naast koffie en cola ook een lekker stukje kaas kopen. Heerlijk.
Verder maar weer. Eerst een stukje klimmen met prachtige uitzichten. Waar ik al voor vreesde komt uit; harde wind; soms schuin tegen, soms even duwend bij een ‘kronkel’op ons pad. Het laatste stuk is echt afschuwelijk. Hard tegen of hard op zij.
We hebben nu beiden zere knieën van het vechten met de wind, wat we nu proberen te verdoven met wat biertjes in te nemen. We zijn in Belmonte, zijn het plaatsje nog even in gewandeld, naar het kasteel geklommen, maar kunnen de moed niet meer opbrengen om het te bezichtigen. We lezen de beschrijving later wel in het boek van Rik Zaal. We doen nog wat boodschappen en (ver)dwalen door het steriele stadje. Men doet wel erg z’n best om het meer aanzien te geven, maar toch oogt het wat koud.
We hebben trouwens een leuk hotel, prima kamer en de kaart ziet er ook goed uit en later blijkt dat het voortreffelijk smaakt, wat we gekozen hebben.


Terug naar index