Vrijdag 5 september 2003 Belmonte –Manzanares 116 km

Waauw, waar ik nu ben ….! Een echte hostal, zoals een hostal hoort te zijn; nou goed, wel met de nodige luxe. Ik lig, na de fietstassen 2 lange trappen opgesleept te hebben en daarna snel even met Henk een pilsje te hebben gehaald in de ‘bruine’ kroeg van de hostal, inmiddels gedoucht op bed met de airco aan. Henk voelde zich na het biertje, wat hadden we trouwens weer een dorst, een stuk beter zei hij, alleen het traplopen voelde daarna nog zwaarder dan toen we de fietstassen omhoog zeulden. Henk staat zich nu te soppen en ik begin alvast een paar regels over deze dag te schrijven.

Ook nu staan de fietsen weer achter de garagedeuren, een paar ouderwetse hoge houten deuren voor een schuur, midden in een winkelstraat; de achterkant van de schuur heeft geen gevel. Onze fietsen staan tussen de voorraden van het restaurant en naast een auto, die even na ons arriveert en ook achter de groene deuren wordt geparkeerd.

Goed, nu vanaf het moment dat we deze dag zijn ontwaakt. Dat is om 8.00 uur, we kunnen pas om 9.00 uur afrekenen, dus we kunnen lekker uitslapen. Voordat we afrekenen willen we nog even naar de bakker, alleen waar vinden we hem. Gisteren hebben we al gespeurd of we een panaderia zagen, nada dus. Na even gedwaald te hebben zien we een bejaarde Spanjaard met een stokbrood onder zijn arm. Henk vragen, hij wijzen richting ons hotel. Bij het hotel aangekomen hebben we nog niks ontdekt. We lopen nog even door en vragen aan de 3 vrouwen die ons tegemoet lopen met lege boodschappentassen. Zij zijn op weg naar de panaderia en gebaren ons mee te lopen. Laat nu naast ons hotel bij een soort boerderij achter een van de deuren een toonbank zijn waar brood wordt verkocht. Er staat totaal geen verwijzing. Maar we hebben lekker vers brood en ontbijten op het terras voor het hotel.

Tegen de wind in fietsen we naar Mota de Cuervo, waar we na een pittige klim, de eerste molens zien. Het is hier helemaal niet toeristisch en we kunnen rustig fotograferen. We maken daarna een klein foutje, zodat we een poos over een N weg moeten fietsen. Niet leuk, een vervelende weg met veel vrachtverkeer. Maar ook hier geven ze ons ruimte wanneer dat enigszins mogelijk is. Gelukkig kunnen we na zo’n 8 kilometer de weg verlaten en rijden we over een klein weggetje naar El Toboso, het plaatsje waar de geliefde van Don Quijote zou hebben gewoond. Wij kopen cola, fietsen even door het stadje maar gaan al snel weer verder; er moeten kilometers worden gemaakt. We komen uiteindelijk in Campo de Criptana, waar we de bordjes volgen richting de molens. Ook weer klimmen natuurlijk, wat we eigenlijk niet willen; er is ons een vlakke dag beloofd. We komen op een heuvel met een aantal molens. We zijn eerst de enige toeristen; wat later komt er nog een auto. En er staat nog een auto van iemand die aan een molen zit te sleutelen. Tot onze grote ergernis heeft hij er niet bij nagedacht dat zijn auto wel erg in de weg staat voor het maken van dè ideale foto. Verder maar weer over de soms toch wel vals platterige vlakte naar San Juan de Alcazar Eerst zoeken en vinden we de kathedraal die ik graag wil bezichtigen, maar helaas staat hij ingepakt en ook mogen we binnen geen kijkje nemen. De deur staat wel open, maar het enige dat we kunnen zien zijn stofwolken. Ook in dit plaatsje is feest en we eten onze boterham tussen de vrolijke feestvierders op een terras.
We ploeteren nog 50 km. tegen de wind in en gelukkig is Henk erg sterk en mag ik mij achter zijn rug verschuilen. We gaan niet harder dan 11 tot 13 km per uur; het schiet niet hard op. Wel is het een zeer bijzonder landschap. Dor, vlak, met hier en daar wat wijnbouw en soms een mooie poort, een ingang naar een verderop gelegen boerderij.
Gelukkig hoeven we, in Manzanares aangekomen, niet lang te zoeken naar de herberg. Na onze installatie drinken we nog een paar pilsjes, Henk geeft wat Hollandse euro’s aan de barkeeper voor zijn verzameling en daarna wandelen we nog even door het erg leuke stadje met een mooie winkelpromenade.
We eten in het erg Spaans uitziende restaurant van de hostal en het eten is typical Spaans; Henk Gazpacho en ik tortilla Espagnol, daarna Henk gestoofd kalfsvlees en ik Albondigas, Spaanse gehaktballetjes. Nadat Henk z’n ijsje heeft gehad en ik natuurlijk de flan de la casa (puddinkje) heb geprobeerd hijsen we ons de trap op en vallen zodra we het bed ruiken als een blok in slaap.

Terug naar index