Zondag 7 september 2003 Argamasilla de Calatrava – Puertollano. 6 km.

Wanneer wij ons hoofd op de kussenrol, gevuld met kleine schuimplastic vlokken, waardoor je allemaal putjes in je wang krijg, ter ruste leggen, vermoeden wij al wel dat het niet zo’n rustige nacht zal worden. Die inschatting was trouwens niet zo moeilijk te maken.
We slapen dicht bij de badkamers en al snel horen we dat de scharnieren van die deuren wel eens gesmeerd mogen worden. Ook worden de slaapkamerdeuren niet altijd even zachtjes gesloten en al snel merk ik een patroon. Man - het waren allemaal mannen, ik was de enige vouw – komt binnen, sleutel van de kamer wordt 2 keer omgedraaid om de deur te openen, even later knarst de deur opnieuw, sleutel één keer draaien en man gaat naar badkamer. Deur – pieieiep open, deur pieieiep dicht en op slot. Kletterend plassen, doortrekken, deur van slot piiiieeeep open en boink weer dicht. Naar eigen kamer slot één keer draaien, dan weer ‘knars’ open en ‘knal’ dicht, 2x de sleutel om. Ik had geloof ik al verteld dat er 20 kamers waren. !!!! Dit patroon herhaalt zich de hele nacht. We vallen toch even in slaap maar worden om een uur of 5 wakker van gepraat en van sigarettenrook, dat door ons raam naar binnen drijft. We liggen even te luisteren en even later houdt het gepraat op. Wanneer ik om 7 uur op sta, zie ik 5 mannen min of meer hangend, zittend en uitgezakt liggend op het bankstel naast onze kamer slapen. Dan hebben wij het in ieder geval riant gehad.
Uit mijn badkamer komt een torero, de jongste. Hij voelt zich wat ongemakkelijk, maar ik heb mij er al op ingesteld vanmorgen zoveel mogelijk met de ogen en neus dicht af te handelen.
We hijsen ons weer in fietsornaat en slepen de fietstassen de trap af. Wanneer ik in mijn tenue de trap af kom, komt de andere iets oudere torero mij tegen en bekijkt mij breed lachend, zijn witte tanden glinsteren in zijn gezicht; hij is werkelijk erg knap. In zijn hand draagt hij een kleerhanger met zijn torerokostuum in plastic verpakt en in de andere hand een leren beautycase. Hij neemt me wel heel erg op, en al zijn mijn benen nog niet zo bruin als zijn gezicht, gespierd zijn ze wel en dat zag hij zag ik. Natuurlijk was ik gevleid maar dacht wel heel nuchter: “hij is al vast weer aan het oefenen voor vandaag. Het hoort bij zijn uitstraling”.
Ik ga verder met de fietstassen vast te maken aan de bagagedragers, hij legt zijn beautycase naast de leren koffers in de auto bij de andere leren attributen die je in de paarden- en torerowereld nodig hebt. De torero’s nemen plaats achter in de niet de eerste de beste mercedes, de manager stapt rechts voorin en nadat de chauffeur de deuren voor hen gesloten heeft, vertrekt de auto naar het volgende evenement.
Wij ontbijten eerst nog even op het terras en hebben geen haast. We hebben besloten vandaag nog eens in Puertollano naar een hotel te gaan zoeken en daar even bij te slapen en uit te rusten. Voor de volgende dag staat namelijk een lange tocht gepland die niet op te delen is. En een dagje rust is zo langzamerhand weer nodig.
Eerst nog even naar het stadje naar de bakker. We kunnen hier ook terecht voor vocht dus dat is snel geregeld. We horen muziek in het centrum en gaan even kijken. We zien allerlei kraampjes met rauwe hammen, kazen, chips en nootjes. Een man houdt ons tegen en biedt ons een bordje met ham en kaas aan. We moeten beslist proeven. Het bordje wordt opnieuw gevuld en we krijgen er brood bij. Of we een pilsje willen. “Nee, vriendelijk bedankt, maar we moeten straks nog fietsen”. No problema, hij heeft ook alcoholvrij. “We kunnen trouwens beter blijven, want ’s middags om 2 uur gaan ze dansen”. Of ze dan een hotel voor ons weten. Weer worden we naar Casa Natalio verwezen en dat doen we dus maar niet en vertrekken even later naar Puertollano. Voor Puertollano is een ontzettend groot feest- en kermisterrein opgebouwd en ook hier is men al weer bezig de paarden in te rijden voor het optreden van vanavond. We kunnen duidelijk ruiken dat hier gisteravond ook feest is geweest. We fietsen langs een lange heg en het stinkt er zo naar urine dat we de adem in moeten houden.
In Puertollano gaan we naar het enige hotel waar we nog niet geweest zijn gisteren en het is direct raak. We kunnen de enige vrije kamer krijgen, maar dan wel voor één nacht. Dat is voor ons voldoende en even later parkeren we de fietsen in de voorraadkelder tussen de etenswaren, het wasgoed en in een winkelwagentje brengen we onze fietstassen naar boven.
Een mooie kamer met airco en we besluiten eerst nog even te gaan bijslapen. Ik droom vreemd en wordt er onrustig van.”Het is maar een droom” gevoel wint het maar amper van mijn onrust.
We lezen nog even en gaan daarna op verkenning in Puertollano. Er is niemand op straat, het is veel te warm en wij sluipen van het ene portiek naar het andere. Wel ontzettend leuke schoenen trouwens. De schaduwterrasjes zijn voor ons, we eten tapas en vermaken ons prima.
’s Avonds gaan we naar een Processie, een Mariaverering. Het heeft iets met de vruchtbaarheid te maken maar het fijne hierover moet ik nog eens nazoeken.
In een lange rij hebben zich voornamelijk vrouwen opgesteld, zeker een rij van 800 meter en zij komen allemaal een bos bloemen brengen. Deze bloemen worden in een standaard geprikt door de brandweer. Verder bieden verenigingen grote bloemstukken aan en de notabelen van het stadje blijven ook niet achter. Er wordt namelijk omgeroepen wie de schenkers zijn en dan wil men opvallen. Toch had het wel iets plechtigs, maar wij hebben het einde niet afgewacht. De magen roepen ons tot de orde, zij moeten gevuld worden om het weer om te kunnen zetten in energie voor morgen. We eten heerlijk Spaans, met veel Spaanse gezinnen om ons heen die ook naar de Mariaverering zijn geweest. Een aantal kinderen zijn in Spaanse klederdracht en rennen in die toch niet erg tot rennen bedoelde kleren rond de tafels. Heerlijk. Ik geniet van alles; ook van mijn deze vakantie eerste Soberano(cognac) bij de koffie.

Terug naar index