Dinsdag 9 september Virgin de la Cabeza – Andújar 37,5 km

We haasten ons niet, staan om 8.00 uur op, komen rustig op gang en wandelen naar de Santuario de la Virgin de Cabeza. Via een lange trap lopen we naar boven, langs het reusachtige Mariabeeld naar de pelgrimskerk. Het is een kolos van een kerk, indrukwekkend, vooral als je iets meer weet van de geschiedenis van dit heiligdom. Vanbinnen is de inrichting indrukwekkend, niet protserig, een mooi koor en beelden. Boven in de kerk zijn wandschilderingen aangebracht. Beneden in de catacomben wordt gezongen door monniken. Ik krijg er een ‘nederig’ gevoel van.
Waarom deze kerk juist hier? Het verhaal gaat, dat Maria hier aan een herdersjongen is verschenen. In april komen hier honderdduizenden pelgrims voor een bedevaart. Wanneer we de kerk uitlopen hebben we vanboven af goed zicht op de confradía’s, broederhuizen van pelgrims uit diverse Spaanse steden; sommige zijn eenvoudig, maar veel ook luxueus; soms kleine dorpjes op zich.
Ook horen we hierboven dat de herten in de wijde omgeving nog hier en daar beurelen. We herkennen de stem van ‘ons’ hert. Ik neem me wraakzuchtig voor, dat als we straks op de fiets verder gaan en de herten denken te gaan slapen, ik het hele traject zal (fiets)bellen.
Dit vergeet ik, want met ‘koppie erbij’ dalen we eerst naar de Río Jándula en klimmen daarna door het ‘Parque Natural Sierra de Andújar’naar Viñas, daarbij schichtig om ons heenkijkend of ons pad niet gekruist zal worden door een Iberische lynx, beer of wolf. Ja ik zal bellen, zeg! We horen wel vermoedelijk zwijnengescharrel en zien herten vlak voor ons over de weg schieten en kunnen daarna de soepele sprongen volgen die ze maken door het dorre bos.
Daarna licht dalend door een villawijk naar Andújar

Wanneer we via een rotonde Andújar binnen rijden, is één van de ‘poten’ afgesloten, de weg die wij moeten hebben; daaraan moet de camping liggen. We lopen om de hekken heen en fietsen midden op de weg richting centrum. Links zien we ergens een grote kermis en langs de lange (zeker 1 kilometer) brede weg staan aan beide kanten gesloten kraampjes opgesteld. We zien twee politieagenten lopen en vragen hen naar de camping. “Die is er zeker al vijf jaar niet meer”, is hun antwoord. “Kunnen jullie ons dan een hotel adviseren?” “Economico?” vraagt de ons inschattende agent. Wij worden verwezen naar hotel Logasasanti, waar we vriendelijk worden ontvangen. Ook hier wordt ruimte gemaakt voor onze fietsen, we mogen ze in een nauwe opslagruimte zetten, naast de diepvries en koelkast.
’s Middags lopen we even het stadje in, verder is er niemand op bij een hitte van 38 graden. We verdwalen en vinden gelukkig een straatveger die ons de weg wijst.
’s Avonds eten we in het restaurant van het hotel. Er wordt even bedenkelijk gedaan, maar de een paar woorden Duits, Nederlands en Frans sprekende ober legt ons uit, dat er vanavond vrijmarkt en kermis is en dat het personeel vrij is. Hij adviseert ons om vooral een kijkje te gaan nemen
Er wordt een eenvoudig smakelijk maal voor ons bereid wat we snel verorberen en gaan daarna richting feestterrein. Eerst komen we langs de nu open kraampjes, waar we snoep, sjaals, portemonnees en t-shirts e.d. kunnen kopen. Er heerst een feestelijke sfeer, blij lachende mensen. Aan het eind van de lange weg is een afslag naar het feestterrein. Hier staan allerlei feesttenten waar bands muziek zullen gaan maken en waar kan worden gegeten en natuurlijk gedronken. Een rockgroep is zich aan het installeren; het blijkt dat zij pas na 24.00 uur beginnen.
We komen bij een ontzettend grote kermis; een groot gedeelte is gericht op de jongere jeugd. Ik heb ontzettend staan lachen bij een attractie, waar vier rollen waren, met aan de voorkant een stierenkop. Jonge torrero’s, Spaanse pubertjes, konden op de rol plaatsnemen, na eerst hun schoenen te hebben uit gedaan. De rol werd eerst heen en weer geschoven en daarna half rondgedraaid. Het was de bedoeling dat de jongens probeerden te blijven zitten, maar je zag ze stuk voor stuk eraf tuimelen. De ‘aanstuurder’ ging net zo lang door totdat er niemand meer op zat. Hij zag mijn plezier en aan zijn gezicht te zien beleefde hij hieraan zelf ook elke keer weer plezier en zijn leeftijd schattende deed hij het al jaren.
Later zagen we eenzelfde soort attractie voor kleuters. Een parmantig mooi meisje, met een strik in haar lange haren en een leuk jurkje aan, zat onverstoorbaar op de rol en terwijl de kinderen om haar heen naar beneden vielen, bleef zijn in evenwicht. Even later ontdekte ik dit meisje in een kinderbotsautootje, ook een attractie voor kinderen zo tot 10 jaar. Ook hier keek ze weer onverstoorbaar; wat een kind.
Om half twaalf gaan we weer richting hotel en komen hordes Spanjaarden tegen die nu pas naar het feestterrein gaan. Hele gezinnen, opa’s en oma’s, baby’s in kinder- en peuters in wandelwagens; iedereen gaat naar het feest.
We nemen nog een streekneutje bij een leuke kraam en gaan daarna toch maar slapen. Morgen is er weer een nieuwe dag; een dag van fietsen.

Terug naar index