Woensdag 10 september Andújar – Baena 74,5 km

Ook deze tocht was weer fantastisch.
Maar we beginnen eerst met even stil te staan bij Henk z’n verjaardag. We ontbijten rustig op een pleintje en fietsen daarna het stadje uit. Het wordt even lastig. We twijfelen of we de goede route wel nemen. We komen op een nieuwe weg en volgens mij klopt er iets niet. Na enig turen op de kaart besluiten we via een binnenweggetje terug te fietsen. Aan het eind van het weggetje moeten we over een hoge loopbrug over een spoorwegtraject en staan weer op een industrieterrein waar we al eerder zijn geweest. We fietsen een andere kant op en vragen een man naar de goede weg. We worden weer terug gestuurd over de weg waar we begonnen waren; ik blijf ongerust, maar uiteindelijk klopt het toch. We fietsen de hele dag door olijfboomgaarden, daarbij klimmend en dalend, maar niet vervelend. Er komen ons 2 fietsers tegemoet, 2 jonge mannen uit omgeving Blokzijl, die de route volgens het boekje fietsen. Aangezien wij het grootste gedeelte van de tocht gehad hebben, voorzien wij hen van praktische informatie. Eén van de mannen ziet er nogal tegenop van wat komen gaat en dan met name de percentages van de klimmen. We hebben hen niet ontmoedigd, ook niet verteld hoe heftig sommige zijn; ze komen er wel achter. Wel heb ik gezegd, dat wanneer het moeilijk gaat, hij gewoon zo af en toe moet stoppen en relativeren. Elke honderd meter is weer een eindje dichter bij de top. De jongen kijkt wat minder bedenkelijk en heeft zich hopelijk met deze woorden in zijn achterhoofd over de klimmen voor Molina heen geworsteld. Ik hoop nog wat van ze te horen.
Olijven, olijven, olijven, niks anders dan olijven. Het ruikt er zelfs naar olijven. Het is zo geweldig mooi; vergezichten, met niks anders dan boomgaarden, met hier en daar een boerderij. De kleuren zijn ook zo mooi; blauwe lucht en zilvergroene boomgaarden, met daaronder lichtgrijs zand. We krijgen er niet genoeg van. Onder de bomen zijn cirkels getrokken. Later horen we dat dat is gedaan om bij regen zoveel mogelijk water naar de boomwortels te laten stromen. We komen in een wit dorpje waar een paar oude olijfperswerktuigen staan uitgestald. Daarna fietsen we weer over een zeer eenzame weg tussen de olijfboomgaarden. Ik schrijf het steeds opnieuw, ik zei onderweg dan ook regelmatig: “oh, wat mooi, wat geweldig mooi”. Ik was helemaal lyrisch van het landschap.
In Baena gaan we naar de hostal Comidas Camas midden in het stadje, aan een drukke N weg die dwars door de stad loopt. De hostal oogt echter zoals een hostal moet ogen. Eenvoudig en uitnodigend voor reizigers. We raken even aan de praat met een paar Engelse fietsers, die wat rondtoeren in deze omgeving; ze zijn al ver in de zestig, dus we kunnen nog even.
We eten eerst een portie olijven met bier, heerlijke combinatie, douchen ons, doen het wasje en hangen dat aan de buitenkant van het kozijn aan de straatkant te drogen; dat moet volgens ons kunnen. Daarna wandelen we even het stadje in, maar naar het oude gedeelte toe is zo ontzettend steil, en onze schenen doen al snel zoveel pijn, dat we weer terug lopen. Henk is tenslotte nog steeds jarig en dan mag je kiezen wat je graag wilt doen. Terras en bier komt het dan al snel op uit. We eten daarna ook op het terras voor de hostal en het was prima. En toen was al heel snel Henk zijn verjaardag voorbij.

Terug naar index