Zaterdag 13 september Embalsa de Iznàjar – Colmenar 87 km

Om half negen, vlot voor ons doen, zitten we op de fiets en dalen naar de stuwdam over het meer. Daarna hoort er een door ons uitgerekende klim van 4% over 10 kilometer te komen. Die 4% wordt al snel zo’n ongeveer 7% omdat we tussendoor een steile daling hebben. We mopperen niet, we zijn er al op ingesteld dat de verhoudingen over een langere afstand zijn gemeten. Het is trouwens een erg mooie klim, weer over een smal weggetje tussen de olijfbomen door. Boven gekomen kunnen we precies volgen welk traject we hebben gefietst en zijn best trots dat we het alweer hebben geflikt.
Na de afdaling doen we in Cueva de San Marcos boodschappen in een kruidenierswinkeltje, waar je de bestelling opgeeft aan de kruidenier achter de toonbank, die het dan stuk voor stuk haalt. Het vrouwtje in zwart dat voor ons aan de beurt is, heeft geen geld en laat het opschrijven in het grote boek op de toonbank.
Vanuit het dorp volgt een vrij steile, gelijkmatige klim van 3 kilometer door prachtig ruig gebied. We ‘hobbelen’ daarna naar Archidona, dat tegen een berg aangeplakt ligt. We zien de nauwe steegjes, dat wijst op Arabische invloeden, maar echt een plekje om te eten vinden we niet. We laten ons zakken en belanden uiteindelijk op een prachtig gerestaureerd plein: Plaza Ochava de Andalusia Siglo XVII 1780 –1786. Vlakbij is een supermarkt, zodat we onze erge dorst goed kunnen lessen. Ik knap helemaal op van het vocht; wat is drinken toch belangrijk.

We vragen de weg naar het volgende dorpje. Ons wordt een steile weg omhoog, die dwars door het stadje loopt, aangewezen. Wanneer ik nog maar net op de fiets zit, stopt er een auto vlak voor me, zodat ik af moet stappen. Het is er zo steil dat het me niet meer lukt om opnieuw op te stappen, zodat ik de bepakte fiets een kilometer lang omhoog moet duwen. Onderweg wordt er ook nog gebedeld door een paar goed uitziende meisjes van ongeveer 14 jaar. Ik heb in het Nederlands in korte bewoordingen even gezegd wat ik er van vond. Het werd begrepen.
Het stadje uitrijdend, moeten we eerst door een steengroeve, de diepte in dus en daarna weer eruit. De volgende 25 kilometer klimmen we voornamelijk. We fietsen weer door een prachtig mooi bergachtig gebied. De laatste 15 km naar Colmenar gaan gelukkig voornamelijk naar beneden.
Colmenar is een beetje vreemd stadje; rechte parallel lopende wegen met hier en daar een dwarsverbinding. Aan de prijzen van de hotels is te merken dat we dichter bij de grote steden komen. Het eten is er prima en niet duur; maar wat het leukst is, is dat het een gezellig komen en gaan restaurant is, genoeg te zien dus.

Terug naar index