Van Madrid naar huis per fiets 2006

Antwoord aan Jan en alleman: wat bezielt ons

Voor het laatst bijgewerkt op 28-01-2007

Home
Inleiding
Trajectgegevens

 

09/5 Beekbergen-Calera y Chozas
105 Carrascalejo
11/5 Guadalupe
12/5 Guadalupe
13/5 Deleitosa
14/5 Camping Park Monfraguë
15/5 Cuacos de Yuste
16/5 Navaconcejo
17/5 Hervas
18/5 La Alberca
19/5 Embalsa Guijdelo
20/5 Alba
21/5 Avila
22/5 Segovia
23/5 Segovia
24/5 Cantalego
25/5 Retortillo de Soria
26/5 Soria
27/5 Soria
28/5 Arnedillo
29/5 Olite
30/5 Lumbier
31/5 Isaba
01/6 Pyreneeën - Oloron St.Marie
02/6 Dax
03/6 La boubeyre
04/6 Arres - Bassin Arcachon
05/6 Carcans - Ocean
06/6 Carcans - Ocean
07/6 Carcans - Ocean
08/6 Soulac sur Mer
09/6 St Jean d 'Angely
10/6 Melle
11/6 Airvault
12/6 St Mathurin s Loire
13/6 Lac
14/6 Sees
15/6 Brionne
17/6 Gueures
18/6 Port le Grand Winereux
19/6 St. Jakobskapelle
20/6 Middelburg
21/6 Rotterdam
22/6 Beekbergen - thuis
   
   
 

 

 

 

Maandag 15 mei 2006 Camping Park Monfraguë - Cuacos de Yuste 85 km

Oef, wat is de verleiding groot om door te fietsen en de op de kaart makkelijke rechte weg te nemen in plaats van terug te fietsen, weer de Puerto de Serrana te moeten nemen en dan terecht te komen op de route van Raul. We kiezen, voelen ons min of meer gedwongen door de (ver)manende woorden van Raul, vooral toch dit laatste te doen. En tot nu toe zijn zijn adviezen nooit verkeerd geweest. Vooruit dan maar. Het terugfietsen valt mee; voornamelijk dalen. Na zo'n 7 km slaan we links af een klein weggetje in. Schitterend, het is daar fantastisch mooi. Naast ons een riviertje, de rio Tiétar die tussen hoge rechtopgaande rotsen door stroomt. We zien het safaribusje van de camping iets verderop staan en hun telescopen zijn gericht richting rotsen. Wij zien ze al met het blote oog zitten. Vale gieren. We blijven een poosje staan kijken met de verrekijker en mogen ook even door de telescopen kijken. Geweldig.
We rijden verder en even later zien we al weer vogelaars op de weg staan. We stoppen bij een stel Nederlanders, die er nogal opgewonden uit zien. Op de vraag wat zij zien, blijkt het de keizerarend te zijn, die zijn jong zit te voeren op het nest. Ook hier mogen we even kijken.
Bij de oversteek bij de EX108 dreigt het fout te gaan. We komen voor een oude brug, afgezet met betonblokken. We rijden terug naar de zojuist gepasseerde nieuwe rotonde en gaan richting Jaraiz en even later komt het toch weer goed. De oude brug wordt niet meer gebruikt. Wel begint het nu echt te klimmen. we staan aan de uitlopers van de Sierra de Gredos; daar moeten we bij op. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen. Het is een mooie landelijke route. Nu ook wat groener. Hier zal het vaker regenen. Toros staan ons aan te staren vanuit de wei; een torro draagt een bel; niet zo stoer eigenlijk, torro onwaardig. We klimmen naar Pasarón de la Vera, het dorp waar de beschrijving van Raul ophoudt. (Al fietsen we morgen nog een stuk van zijn rondtocht vanuit Parrasón, maar dan in tegenovergestelde richting) Maar dat is niet erg, we kunnen het best zelf.

We fietsen het leuke dorp uit en zien dat we een behoorlijke klim voor de kiezen zullen krijgen. Oeps. Na een paar kilometer wordt het iets minder heftig, maar klimmen blijft het. het laatste gedeelte gaat over de EX 203, een mooie weg en niet druk en vrij vlak. De terrassencamping in Curacos de Yuste ziet er erg verzorgd uit. We zetten de tent op, douchen en besluiten vandaag nog het klooster te bezoeken. Het Monasterio waar Karel V zich terug trok toen hij afstand had gedaan van al de kronen (ook koning van Spanje) en besloot zich terug te trekken in Yuste. Keizer Karel V was zeer vroom woonde daar in eenvoudige (maar voor het kloosterleven toch luxe) vertrekken. Vanuit zijn woonkamer kon hij op de tuinen uitkijken en vanuit zijn bed op het altaar van de aangrenzende kerk. Karel was bedlegerig en werd door jicht geplaagd.
Maar voordat we bij het klooster zijn hebben wij ook een zware gang om er te komen. Vijf kilometer klimmen zonder bepakking, maar na de zware rit van vandaag is het een kruis(tocht). We komen op tijd voor de laatste rondleiding. De fietsen mogen binnen de dikke muren worden geparkeerd. We zijn blij dat we gegaan zijn, het is de moeite beslist waard. Daarna dalen we met een gang naar de camping, waar ik eerst maar weer eens de bezwete kleren was, die we net droegen tijdens het fietsen. We treffen een paar Hollanders bij de toiletgebouwen, die ons uitnodigen voor een glaasje wijn. Ik inspecteer daarna nog even de route voor morgen; NEE!! het blijkt dat we morgen weer het weggetje op moeten naar het klooster; maar dan mèt bepakking!

Goed, ik heb het over sportieve inslag gehad uit mijn jeugd. Het sportieve en de uitdaging daarin heb ik altijd gezocht. Zonder sport voelde het niet goed. Bewegen moest ik. Naar de middelbare school op de fiets, 5 km heen en ook weer terug, maar tussen de middag ook nog eens heen en weer voor de warme maaltijd. Ik was meestal aanvoerder van de lange sliert scholieren, die als groep naar huis trapte. Tempo draaien. Het ging altijd heel ordelijk. Niks geen geklier en gedraal. Nou ja een paar keer. Slootje springen in de winter na een sneeuwstorm en daarna de klompen kwijt zijn, die diep - zeker een meter, met mijn arm kon ik er niet bij - onder de sneeuw lagen; ja dat herinner ik me maar al te goed. Stel je voor zonder klompen thuiskomen en op de geitenwollen sokken naar huis in de vrieskou. En ook hoe ik op de kop kreeg, dat ik er bij was, dat we bermen in brand staken. Mijn vader was dè politie van het dorp. Als er ijs lag ging ik op schaatsen naar school. Maar het was gewoon; normaal. Niks bijzonders. Zo groeide ik op. Het hoorde bij mij en zo kende men mij, zo was ik nu eenmaal.
Toch voelde ik wel een andere druk om te moeten presteren. Dat lag op een ander vlak. School.
Wil ik het daar eigenlijk wel over hebben, glimlach ik nu?