Van Madrid naar huis per fiets 2006

Antwoord aan Jan en alleman: wat bezielt ons

Voor het laatst bijgewerkt op 29-01-2007

Home
Inleiding
Trajectgegevens

 

09/5 Beekbergen-Calera y Chozas
105 Carrascalejo
11/5 Guadalupe
12/5 Guadalupe
13/5 Deleitosa
14/5 Camping Park Monfraguë
15/5 Cuacos de Yuste
16/5 Navaconcejo
17/5 Hervas
18/5 La Alberca
19/5 Embalsa Guijdelo
20/5 Alba
21/5 Avila
22/5 Segovia
23/5 Segovia
24/5 Cantalego
25/5 Retortillo de Soria
26/5 Soria
27/5 Soria
28/5 Arnedillo
29/5 Olite
30/5 Lumbier
31/5 Isaba
01/6 Pyreneeën - Oloron St.Marie
02/6 Dax
03/6 La boubeyre
04/6 Arres - Bassin Arcachon
05/6 Carcans - Ocean
06/6 Carcans - Ocean
07/6 Carcans - Ocean
08/6 Soulac sur Mer
09/6 St Jean d 'Angely
10/6 Melle
11/6 Airvault
12/6 St Mathurin s Loire
13/6 Lac
14/6 Sees
15/6 Brionne
17/6 Gueures
18/6 Port le Grand Winereux
19/6 St. Jakobskapelle
20/6 Middelburg
21/6 Rotterdam
22/6 Beekbergen - thuis
   
   
 

 

 

 

Maandag 22 mei Avila - Segovia 103 km

We fietsen de poorten van de stad uit op zoek naar een supermarkt. Het is koud en we hebben de lange broek en trui er bij aan. Geen supermarkt te bekennen. We fietsen en fietsen en de stemming bereikt eveneens waarden om en nabij het vriespunt. We fietsen in een stroom auto's mee en volgens mij de verkeerde kant op. Uiteindelijk na zo'n 4 km vinden we een gesloten supermarkt. We wachten een half uur tot hij om half tien open gaat, ontbijten en fietsen daarna weer terug naar de stad. Na 9 km gefietst te hebben, staan we weer bij dezelfde stadpoort, waar we eerder de ommuurde stad uitgefietst zijn.

Het is niet verwonderlijk dat we verkeerd fietsten. Ze zijn bezig met allerlei nieuwe wegen. Gelukkig kiezen we even later de goede richting. Eerst (onlogisch) richting Salamanca en daarna afslaan naar rechts het boerenland in. Eerst moeten we twee grote 'bulten' nemen, maar daarna is de weg zo goed als vlak en hebben we de wind schuin in de rug en even later helemaal achter. We scheuren met een gang van 36 km per uur over het gladde asfalt tussen de korenvelden door. Het koren ruist in de wind, roofvogels hangen in de lucht en vogels, opgeschrokken van de twee fietsers, die hen voorbij suizen, laten alarmerende kreten horen. Daarna wordt het heuveliger, de wind is inmiddels schuin tegen, maar het gebied is erg mooi. Een soort parkachtig landschap, waar naast steeneiken ook pijnbomen staan. We dalen naar een leuk riviertje en klimmen daarna weer uit het dal. Het is inmiddels zo koud, dat we de regenjassen er bij aan doen.

In een dorpje vinden we een kruidenierswinkel, die doet denken aan de jaren vijftig. Alle levensmiddelen staan in schappen langs de wanden tot aan het hoge plafond opgestapeld en de kruidenier moet regelmatig de trap op om iets te pakken. De klanten wachten netjes voor de toonbank op hun beurt. Een jongetje leest de boodschappen vanaf een briefje en het totaal bedrag wordt in een boek bijgeschreven. Er zal vermoedelijk 1x per week afgerekend worden.
Daarna vinden we na een paar keer vragen de deur naar de bakker. Het is een gewoon huis waarvan aan de buitenkant totaal niet te zien is, dat daar pan wordt verkocht.
Bij het uitrijden van het dorp missen we het onverharde pad. We ontdekken het als we al 10 kilometer verder zijn. Terug gaan vinden we geen optie, omdat we nogal gezwoegd hebben om een rivierdal te passeren. De route is op zich wel leuk en we passeren zo af en toe een boerendorpje. In een zo'n dorpje staan wat mensen op het kruispunt midden in het dorp. Dat is een beetje vreemd, want je ziet niet zo vaak mensen buiten overdag. Argeloos fiets ik het kruispunt over en vlak voor de grote koppen van een stapel stoïcijns kijkende koeien over. Had ik dat in de gaten; beschaamd roep ik: sorry sorry, maar de koeien schrikken gelukkig niet en blijven het voor hun bedachte pad vervolgen. Henk geeft de koeien wel voorrang.
Er zit niks anders op dan een stuk over de N VI te fietsen, samen met veel vrachtverkeer. De tolweg ligt er naast, maar wordt niet gebruikt door de Spanjaarden. Na 9 km komen we op de N 110 richting Segovia. Weer een N maar helemaal niet druk. Zo'n 10 km voor Segovia kiezen we een klein weggetje dat verrassend mooi door een dal met bijzonder rotslandschap loopt. We hebben zicht op de Sierra de Guadarrama met nog wat restjes sneeuw.

De nette camping ligt 4 kilometer buiten Segovia. Om er te komen moeten we met fiets en al over een vangrail in de middenberm van een vierbaansweg. Achteraf was dit vast een oefening voor wat later op de tocht nog komen gaat, maar daar hebben we nu gelukkig nog geen weet van.

We hadden het een stuk makkelijker kunnen hebben als we met de auto waren geweest. Rustig de stadjes bekijken, niet van vermoeidheid maar wat bezienswaardigheden laten liggen, niet in de stress als de supermarkt zo'n eind buiten het centrum ligt. Met de auto maakt dat niet uit. Wat bezielt je dan om met de fiets te gaan.
Maar hadden we de wind in het koren horen ruisen? Hadden we dat leuke kruidenierswinkeltje gevonden? Hadden we zo intens de krachten van de natuur beleefd, de wind, het kletteren van het water van het snelstromende riviertje, de geur van zongerijpt koren, stof, asfalt dat ligt de smelten in de zon ondanks de koude wind?
Je bent je constant bewust van je lichaam, de spieren, die strak staan bij het beklimmen van een heuvel, de kracht die daarvoor nodig is. Het er tegen op zien, dat verderop al weer zo'n bult ligt; weer klimmen. Maar ook de kou, jas aan, nog een shirt eronder. Het lijdzaam aanvaarden dat je over de N-weg moet, de grote wielen van de vrachtauto's naast je. Hoe komen we in vredesnaam die grote rotonde over met het fietsje, terwijl het verkeer vanaf meerdere kanten aan komt razen. Best angstige en spannende momenten. Dan uiteindelijk de camping bereiken; doodop.
Eerst een plekje voor de tent zoeken. Waar komt de zon op, waar hebben we er nog zo lang mogelijk profijt van. Hoe zouden de douches zijn? Is er een winkeltje bij de camping.

We moeten 2 kilometer wandelen naar de supermarkt. Ik koop allerlei verse dingetjes, want ik wil zelf koken. Terug op de camping zoeken we een zonnig plekje om te kokkerellen want in de schaduw is het veel te koud. 's Avonds blijven we de hele tijd een beetje wandelen om warm te blijven. Stuk voor stuk gaan de caravandeuren dicht; geen uitnodiging voor een kopje koffie of iets sterkers.
Dan maar vroeg de slaapzak in. Gelukkig hebben we een wintertent.