Zuid Oost Spanje per fiets 2007

Allicante - Sierra de Segura - Sierra de Cazorla - Costa de Almeria - Sierra de Espuña - Allicante

Voor het laatst bijgewerkt op 02/22/2009

Home
Inleiding en Trajectgegevens

 

03/6 Beekbergen-Murcia
04/6 Bullas
05/6 Nerpio
06/6 Rio Zumeta
07/6 Hornos
08/6 Coto Rios
09/6 Coto Rios
10/6 Cazorla
11/6 Castril
12/6 Velez Blanco
13/6 Lubrin
14/6 Las Negras
15/6 Las Negras
16/6 Las Negras
17/6 Mojacar
18/6 Mojacar
19/6 El Berro
20/6 El Berro
21/6 El Berro wandeling
22/6 Rondrit Sierra EspuñaEl Astet
23/6 El Astet
24/6 Beekbergen
   
   
 

 

 

 

 

12 juni 2007 Castril - Velez Blanco

Het is een beste kluif de eerste 4 kilometers om uit Castil te komen. We moeten direct al behoorlijk op de pedalen. En ik wil wel trappen; en dat heeft een reden. Tijdens ons ontbijt zijn er n.l. wel zeker 10 grote vrachtauto's voorbij gegaan met een stuk rots op hun laadbak van 2 bij 2 meter. Als ik ergens nerveus van wordt is dat vrachtwagens ons achterop rijden. Zij kunnen vaak niet uitwijken en wij ook niet omdat er niet altijd de mogelijkheid voor is. We spreken af dat als we een vrachtauto aan horen komen dat op tijd zullen afstappen op een veilig plekje. We zitten nog niet lang op de fiets of we moeten er al af. De vrachtwagen passeert ons, de chauffeur zwaait dankbaar en dat doet dan ook wel weer goed. Op dat moment weten we het nog niet maar het was de laatste van vandaag. Even later is er een afslag en daar slaan de vrachtwagens af; wij gaan rechtdoor. Na de klim wordt het veel vlakker. Dan weer licht klimmend, gevolgd door rustig dalend, peddelen we door een prachtige bergomgeving. In Huescar doen we boodschappen en moeten daarna langs een drukke weg met veel vrachtverkeer. Maar gelukkig is er een brede vluchtstrook en die is helemaal voor ons alleen. Daarna naar Once een leuk oud Spaans stadje, met een dominant oud fort. We eten daar wat op het plein waar nog een bankje over is. De rest is ingenomen door de gepensioneerden van het dorp. We worden besproken. tot onze verrassing zien we bij het verlaten van het stadje, warbij we stevig moeten klimmen, een hele serie grotwoningen (nueves), welke nog bewoond worden. Eenmaal op hoogte fietsen we over een soort richel met aan de rechterkant bergachtig en links een brede vlakte met daarin nog een soort kloof. Vermoedelijk is dit gebieid ooit eens uitgesleten door een rivier. Heel apart. De kloof wordt steeds minder diep en na een poosje fietsen we door een vrij vlak landschap met rechts bergen die steeds grilliger worden en dichterbij komen. Het is een land- en tuinbouwgebied waar we doorheen fietsen en de enige auto's die hier rijden zijn busjes die het werkvolk verplaatsen en die ene vrachtwagen, die groente is komen laden. Dit zijn de kleuren die we zien. roodbruin van de aarde, goudgeel van koren en volgroen van de gewassen op het land. Dan komen de eerste naaldbomen aan de voet van het gebergte en we moeten matig klimmen. Toch is het weer wennen, na een paar uur vlak te hebben gefietst. De benen moeten weer wennen, ze verzuren en mijn knie zeurt en ik ook dus. We komen weer op de routebeschrijving van Raul, maar daarin staat niet dat de weg na een poosje, na het passeren van het dorp Maria weg is. Het was deze vakantie ook nog niet eerder gebeurd, goed een paar bruggen weg, maar dit ziet er serieus uit. Er staat zelfs een bord dat het verboden is voor voetgangers. We volgen de omleiding, eerst een heel eind dalend, daarbij wetend dat we weer omhoog moeten want Velez Blanco ligt hoog. Het is niet zo erg zwaar gelukkig, maar we zijn wel blij dat we er zijn. Het dorpje ligt prachtig wit te zijn tegen de bergen aan en boven het dorp ligt een kasteel. Wij gaan echter direct op zoek naar ons logeeradres, waarvoor we ons moeten melden bij bar Sociedad, als we willen logeren in de hostal er tegenover. Het is erg eenvoudig, ik vind het er een beetje smoezelig, maar het is maar voor een nachtje. We wandelen nog even door het stadje en het valt mij op dat veel huizen houten uitbouwtjes (soort erkers) hebben op de eerste etage en smeedijzeren vlechttralies voor de ramen. Het stadje is verder wat doods. We drinken wat bij onze bar en even later eten we in de comedor (eetzaaltje) achter de bar. We praten daar wat met José Maria, de zoon van de baas. Ja, het was hem wel opgevallen dat er zo af en toe fietsers bij hen logeren. Maar Raul, nee die kent hij niet persoonlijk. Padre of madre misschien wel. De volgende ochtend laten we madre het boekje zien met hun adres erin. Ja, zij herinnert zich Raul wel.