5 juni 2004 Sevilla : 0 km

Zo rond negen uur vertrekt er een bus vanaf de camping naar het oude centrum van Sevilla. Bij het uitstappen hebben we een verwarrend gesprek met de chauffeur over waar en hoe laat hij ons weer komt halen. Op dezelfde plaats vermoeden we, zelfs op hetzelfde punt waar we nu zijn uitgestapt. Ach we zien straks wel.
Eerst gaan we op zoek naar het Alcazar. We lopen door een mooi park met machtige oude bomen en daarna via de Barrio de Santa Cruz, een labyrinth van kronkelende smalle straatjes met witte huizen. De huizen zijn aangekleed met bloemen in potten en bloembakken. Soms kun je een blik werpen op een binnenhofje, ook weer vol bloemen. We komen op een groot plein en zien tegenover het plein de indrukwekkend grote kathedraal. Wat direct opvalt is het 4 meter hoge beeld op de toren, dat kan draaien als een giralda (windwijzer). Deze wereldberoemde toren wordt dan ook La Geralda genoemd.
Wij gaan eerst naar Reales Alcázares, de koninklijke paleizen. We hebben eerst wat moeite om de ingang te vinden van het grote complex. Met de bouw van het moorse paleis is in 1350 begonnen. Later is er veel bijgebouwd en kun je ook westerse invloeden ontdekken, maar hoofdzakelijk is het toch moors. Erg indrukwekkend zijn de patio’s met hun fijne versieringen. Je slentert van het ene bouwwerk naar het andere en blijft verwonderd over de fijne tere versierselen; plafonds, doorgangen, alles is bewerkt. De tuinen zijn ook een lust om doorheen te wandelen. We krijgen er amper genoeg van en hier doen we de uitspraak, dat we zeker nog een keer terug willen komen.
Maar vandaag staat er nog veel meer op het programma. 'sWerelds grootste gotische katedraal. Voordat we er zijn komen we eerst nog langs universiteitsgebouwen, die ook al een geschiedenis aan de buitenkant en achter hun muren uitademen.
Uiteindelijk komen we bij de kathedraal, Catedral de Santa Maria de la Sede, waarvan in 1402 de eerste steen is gelegd. De bouw heeft geduurd tot ongeveer 1506. Het is helemaal niet druk en we hebben alle ruimte om alle kapelletjes binnen in de kerk en daarna de grootste kapel, Capilla Mayor in het middengedeelte van de kerk, te bewonderen. En passant nemen we ook even het graf van Colon mee. Alleen, Henk was zich niet bewust, dat het grafmonument van Columbus is en zit nu met een lichtelijke frustratie. We beklimmen aan het eind de 97 mtr. hoge Giralda.
Na de kathedraal gaan het Hospital de los Venerables Sacerdotes bezoeken, een in de zeventiende eeuw gebouwd ziekenhuis voor de geestelijkheid. Achter de kassa zit een non, die nog uit die tijd lijkt te stammen; nee we hoeven geen rondleiding. We willen haar een zoveelste loopje over de uitgesleten houten trap besparen en we zijn eigenlijk ook niet meer ontvankelijk voor de historische feiten van dit gebouw en zijn eerdere bewoners. We laten onze ogen opnemen wat we willen zien. Dat is een prachtige binnenplaats, die heel veel rust uitstraalt. We blijven even zitten. Hier zijn nauwelijks toeristen én het is lekker koel in de schaduw onder de patio.

Verder maar weer. We lopen van schaduw naar schaduw, het zal tegen de veertig graden zijn, naar het Plaza de Espana. We steken het indrukwekkend grote voorplein over met voor het halvemaans vormige gebouw een grote fontein. Koetsjes met daarvoor klikklakkende hoefgeluiden van de dravende paardjes, voeren toeristen af en aan. Het geheel doet venetiaans aan door de gracht en boogbruggen versierd met ceramiek. Tegen het gebouw aan over de gehele lengte, zijn eenenvijftig nissen met banken met tegeltableaus aangebracht, voorstellende alle provincies van Spanje.

Genoeg voor vandaag. We gaan naar de opstapplaats van de bus. Inmiddels staan er meer campinggasten te wachten en de onzekerheid ontstaat al gauw waar de bus zal stoppen. Een deel van de passagiers krijgt gelijkt; we moeten naar de overkant van de zesbaans brede straat met redelijk veel verkeer. We kunnen gelukkig een tussenstop maken op de smalle middenstrook; we halen allemaal ongeschonden de overkant.
Terug op de camping worden we blij verwelkomd door ‘de pedalen’. Hun tassen en dus ook de pedalen zijn terecht. De tas was in Griekenland geweest en is via Schiphol vanmiddag in Sevilla aangekomen. We kletsen even gezellig bij, ook zij gaan richting Santiago; zij heeft al veel gefietst; haar - volgens ons nieuwe - vriend minder. We vermoeden, dat hij zich deze vakantie wel eens aardig zal moeten bewijzen.
Aan het eind van de dag strijken we nog even neer op het terras met een kan Sagria. Morgen gaan we fietsen; maar nu gelukkig nog even niet.

Terug naar index