6 juni Sevilla – El Real de la Jara : 94 km

Volgens mij is het niet nodig, dat we helemaal naar het hartje centrum fietsen en zouden we vrij eenvoudig vanaf de camping de route op kunnen pikken. We lopen met de kaart naar de campingbaas. Hij legt ons in gebroken Nederlands, Duits en Frans uit, dat het heel gemakkelijk is. We krijgen een uitgebreide beschrijving, met daarbij aangegeven waar het uitstekend eten is. Hij woont daar in de buurt. Dus wie dit ook wil, gewoon even de campingbaas vragen. Het is erg eenvoudig.
Vanaf de camping niet de verplichte richting naar het vliegveld nemen maar tegen het eenrichtingverkeer in naar de rotonde. Er is bijna geen verkeer op zondag dus af en toe fietsen we een stukje. Het is maar een paar kilometer. Dan volgen we de instructies van de campingbaas en in La Riconada zitten we op de route. Het eerste deel van de tocht is plat, maar na Burguillos wordt het interessanter. We gaan bergje op en bergje af, mooie bergjes om alvast wat te wennen. Het gaat zo mooi, dat we in Castilblanco de los Arroyoa vergeten op te letten en na vijf kilometer voor de wind gedaald te hebben, erachter komen dat we verkeerd fietsen. We staan bij een mooi picknickveld met picknicktafels en een keurig toiletgebouw. We gaan eerst lekker lunchen. Daarna terug, nu iets minder snel. Weer op de route zien we de eerste Iberische zwijntjes scharrelen onder de kurkeiken. Ze zijn zwart en veel slanker dan de bleke zwijnen bij ons. Je ziet ze regelmatig rennen. De weg gaat steeds meer golven en de golven worden dieper. In de verte zien we gekleurde stipjes, die, wanneer we dichterbij komen twee Hollandse fietsers blijken te zijn. Zij lijkt er door te zitten, want het gaat niet soepel en ze fietst een eind achter haar man. We stoppen even voor een praatje. Haar versnelling doet niet wat zij vraagt, vertelt ze stroef. Ik kan me best inleven als dat niet goed werkt, dit een aanslag is op het gemoed. Zij hebben trouwens al half Spanje gedaan; vanaf het noorden langs de oostkant en nu weer begonnen om naar boven te klimmen. Leuk ons ook leuk.
Daarna weer verder. Ik begin last te krijgen van een ‘piepende’ knie en zou er heel graag willen zijn. Als ik zo af en toe even afstap, zakt het gesteek even, maar soms moet ik mijn adem inhouden van de pijn. Maar gelukkig, we fietsen El Real de la Jara in en volgen het advies op in het boekje en bellen aan op Calle Real huisnummer 70. Aan de buitenkant hangt geen bordje van pension of iets dergelijks. Een meisje van een jaar of twintig op sokjes opent de deur en zonder veel te zeggen, wijst ze ons de weg naar de berging, waar we de fietsen kunnen stallen. Ik word helemaal lyrisch van de moederpoes met vijf jongen, die daar is een doos liggen. Ze pakt er een voor mij uit, zodat ik even kan aaien. Daarna brengt ze ons naar een kamer met 3 stapelbedden. We begrijpen dat we mogen gaan liggen waar we willen. De eenvoudige doch schone badkamer is een eind verder en in openstaande kamers zie ik overal bedden staan. Zelfs in nissen in de gang. Wanneer ik vraag of ik ergens mijn wasje kan doen, komt ze mij een blokje zeep brengen en doe ik de was in de wastafel en even later hangen onze fietskleren op de binnenplaats aan een stalen lijn onder de sinaasappelbomen.
We gaan nog even een biertje drinken in het dorpje. Het valt ons op dat hier zoveel dikke kinderen zijn. Het enige restaurant in het plaatsje blijkt ’s avonds te zijn gesloten. In de bar is echter zo’n keur aan tapas, dat we beslist geen honger hoeven te lijden. Terug in onze kamer blijkt dat er twee Spaanse jongemannen een bed bij ons op de kamer is toegewezen. De een is pelgrimfietsganger op weg naar Santiago en de ander brengt hem een eind op weg tot Salamanca. De laatste zucht en kreunt erg. En dan weet hij waarschijnlijknog niet wat hem morgen te wachten staat.

Terug naar index