7 juni El Real de la Jarra - Tentudía : 61 km

Vandaag fietsen we Andalusië uit de Extremadura in. De verandering van het landschap is in de loop van de dag duidelijk te zien. Droog, voornamelijk grote weiden met eikenbomen, witte huisjes, net als in Andalusië, op alle torens in dit gebied is minimaal één ooievaarsnest per kerktoren te vinden. Meestal zijn het er meer. En is er geen plaats meer op de toren dan kiezen de sierlijke vogels voor andere hoge objecten zoals graansilo’s, hoogspanningsmasten, hoge gebouwen.
Het is een dag van klimmen, dalen, klimmen, dalen. Na zo’n veertig kilometer gefietst te hebben, blijkt dat we uiteindelijk in werkelijkheid nog maar veertig meter van de zeshonderdvijftig zijn gestegen. Het is ook de dag van heftige pijn in mijn knie. Het ontneemt me soms bijna de adem en dat is lastig bij inspannend fietsen. Toch heb ik het gevoel dat het geen kwaad kan en na af en toe even stoppen als het te erg wordt, lukt het weer om door te gaan.
Onderweg zien we veel Iberische zwarte scharrelzwijntjes. Het enige wat ze niet hebben is modder om in te rollen, maar dat heeft dit zwijntje waarschijnlijk niet nodig met zijn zwarte vel. Hoe zou hij smaken? Binnenkort maar eens proberen; lijkt me lekker op het brood tussen de middag. In een klein dorpje, Hoya de Santa Maria voegen we woord bij daad en schaffen ons de nodige dagproviand aan.
Na onze golvende tocht te hebben vervolgd, komen we in Aldeo de Pallarés, waar de ooievaar boos klepperend op de toren staat. We moeten aan dit alles nog wennen, genieten ervan, later zal blijken dat we steeds opnieuw verrast zullen worden door klepperende ooievaars, de kleintjes (nou ja, klein?) die hun vleugels op het nest in en uitvouwen of ook maar eens proberen of ze kunnen klepperen. Het blijft elke keer boeien. Voor Montemolin hebben we een prachtig gezicht op het kasteel. We klimmen richting dorp en komen bij een mooi Santiagokerkje. Op het kerkhof zijn een paar mensen aan het werk en doen alle moeite om de sleutel van de kerk te halen. De sleuterbewaarder is echter niet thuis helaas.
We klimmen voornamelijk naar Calera de León waar we van plan zijn de bagage naar een hostal te brengen en daarna zonder bepakking nog een vierhonderd meter te stijgen naar het klooster Santuario de Tentudía. Helaas, helaas, de enige hostal van Calera is gesloten en de buren weten niet of hij vandaag wel open zal gaan. Even slikken, maar dan maar met bepakking naar boven. De eerste vijf kilometer is om te wennen aan de klim, de laatste vijf kilometer is aardig heftig. We cirkelen om de berg heen richting top. Het boekje heeft ons verteld dat daar een bar is, en we mogen er eventueel vrij kamperen, er zou ook een kraan zijn. Boven aangekomen ontdekken we dat de bar afgebrand is, de kraan is afgesloten. Het klooster staat er gelukkig nog wel boven op de kale berg. Ze zijn bezig met reatauratiewerkzaamheden. Als we vragen of het mogelijk is de kloosterkerk te bezichtigen, gaat een voorman met een grote sleutelbos met ons mee. De kerk zelf is eenvoudig, geen enkele opsmuk. Dan wordt het licht aangedaan en er wordt geduldig gewacht tot we het beeld van Nuestra Senora de Tentudía met haar stralenkrans hebben bewonderd. Erg indrukwekkend.
We klimmen weer over de restauraties naar buiten. Wat nu. Ik vraag nog snel aan een jonge Spanjaard, of er ergens een watertappunt is. We krijgen een fles met anderhalf liter water van hem, wat hij getapt heeft bij de bron, die zo’n kilometer terug in de bergwand zou moeten zijn.
Naast de afgebrande bar is een omheinde picknickplaats en we besluiten daar als de werklieden weg zijn de tent op te zetten; half negen vertrekken ze. Veel aan eten hebben we niet. Nog een stuk brood en een blikje vis, wat we eerlijk verdelen en nog een paar energiekoeken.
We genieten van het uitzicht en de zonsondergang. Ineens komt er een eenzaam kaalgeschoren schaap de kale berg op mekkeren. Verdwaald? Even later verdwijnt hij achter het klooster.Om tien uur liggen we in de tent. Eerst luisteren we naar de wind, het waait behoorlijk. Honden blaffen ergens in de verte; waarom eigenlijk. Ook balkt er een ezel. “Henk, zitten hier ook wilde dieren? Wolven of wilde katten?” Henk mompelt iets onverstaanbaars en ik probeer te gaan slapen. Hoe lang ik geslapen heb weet ik niet maar ik wordt wakker van iets en mijn oren zijn klaarwakker. Ik ga liggen wachten op het huilen van een wolf. Bedenk, dat de mobiel geen bereik heeft; leg trouwens in het Spaans aan 112 maar eens uit dat je in een tentje boven op de Tentudiá staat. Ik bind als tijdverdrijf maar de strijd aan met mijn opblaaskussen. De rest van de vakantie heb ik daar plezier van. Weet precies hoe hard ik hem op moet blazen, om lekker te kunnen liggen. Bedenk dat we thuis wel erg grote kussens hebben. Ik red met hier met een luchtlapje hooguit van 40 bij 25 cm. Tegen de ochtend val ik in slaap.

Terug naar index