8 juni Tentudía – Zafra : 56 km

Om half acht trekken we de rits van de tent open. Het is schitterend buiten; de lucht is helder,het ruikt fris en heel zuiver. We genieten van het wakker worden van de dag. Een schaap komt naar ons kijken. Even later komt er een hele kudde uit het niets tevoorschijn.
We breken op.
De eerste negen kilometer gaat grotendeels in de remmen knijpend naar beneden. In Calera de León drinken we eerst koffie in een bar, doen dan boodschappen en ontbijten op de stoep van de kolossale kerk. We bewonderen nog even het mooie altaar.
We verlaten de stad over een stukje oorspronkelijke camino. De weg is inmiddels geasfalteerd; het is aardig klimmen en dalen.
Na Fuente de Cantos wordt het nog echter. Hier bestaat de camino uit een gravelpad. Het is goed te fietsen. Wij zijn daar trouwens de enige pelgrims op dat moment.
Het landschap wordt glooiend en kaal met hier en daar een enkele kurkeik. Het uitzicht is schitterend.
We fietsen Calzadilla de los Barros in. Een oud plaatsje met keienstraatjes. Ons doel is de Romaanse vestingkerk del Divino Salvador, waar een mooi altaarstuk te bewonderen valt. De kerk is helaas gesloten. Henk doet bij het gemeentehuis nog een poging de sleutel te bemachtigen. Zijn taal wordt vandaag niet gesnapt.
De tocht gaat weer verder over een mooie asfaltweg tussen bermen met prachtige bloemen.
We komen in Medina de las Torres. We lunchen in de schaduw van de kerk en ik ga natuurlijk weer even naar binnen. Er komt een man op mij af, volgens mij de voorganger. Hij spreekt Frans; is ambassadeur van iets geweest in Brussel. Hij doet het licht aan in de kerk en geeft uitleg over het altaarstuk, waarop prachtige taferelen zijn geschilderd over het leven van Jezus. Ik schat dat het wel zo’n 24 panelen waren. Zo komen uit de tijd van de Brusselse schilders; er zaten ook 2 werken bij van Nederlanders.
Door naar Zafra. We vinden aan het begin van het stadje direct een hostal. De fietsen rijden we door de smalle bar, dan door het restaurant naar een daar achter gelegen balzaal.
Daarna spoelen we ons het vuil van 2 dagen eraf, doe ik het hoognodige wasje. We gaan het stadje bezichtigen. Dit blijkt zeer de moeite waard te zijn. We lopen eerst door een winkelstraat, waar we zowaar een winkeltje vinden waar we campinggas kunnen kopen. Aan het eind van de straat komen we uit op 2 mooie plaza’s met arcades. Daarna dwalen we door de mooie oude straatjes met witte huizen. Helaas is de Colegiate de Nuestra Señora de la Candalaria niet open. Daar moet zich een mooi altaarstuk bevinden. We bezoeken de patio van het stadhuis en zitten daarna een poosje op een muurtje voor het Alcazar uit de 15e eeuw, dat nu een Parador (staatshotel) is. We blijven door het stadje struinen tot we gaan eten in onze hostal. Gazpacho, Iberisch zwijn en een goede wijn uit de Extremedura (typische karamelsmaak) laten we ons voorschotelen.


Terug naar index