13 juni Trujillo – camping Monfragüe : 70 km

Na Trujillo rijden we de EX 208 op en zullen hem de hele dag volgen. Het is zondag en er is helemaal geen verkeer. We fietsen weer door ruig landschap. Vandaag is het glooiender; regelmatig moeten we rivierbeddingen oversteken, wat betekent, dat we eerst moeten dalen en vervolgens weer behoorlijk klimmen. Als we net weer een prachtige rivierbedding zijn uitgeklommen ligt er een lange glooiende weg door ruig terrein ligt voor ons glooiend richting natuurpark de Monfragüe. Heel in de verte zien we een oranje zwaailicht. Vreemd. Het duikt weer weg en een glooiing later is het ineens dichterbij. Na nog zo’n duik zien we wat het is. Een wielerpeloton. Voorop een busje met oranje zwaailicht, dan ongeveer twintig renners, een politieauto, weer een paar renners, een ziekenwagen, nog twee renners en de bezemwagen. Wat een spontaniteit bij het passeren van de zwaarbepakte fietsers. De wielrenners roepen ons toe, de auto’s van de begeleiding toeteren en zelfs de politie hangt uit het raam van hun auto ons aan te moedigen. Ik denk dat ze iets verderop nog we even aan ons gedacht hebben, toen ze een diepe rivierbedding indoken.
Even verder ligt op de weg een groot katachtig beest met een lange pluimige zwart-witte pluimstaart. Een genetkat lezen we later in een boekje. Zonde, hij leeft niet meer, waarschijnlijk aangereden.We maken nog een paar duiken in een rivierdal en klimmen er weer uit. Aardig vermoeiend want het is erg warm vandaag. We komen bij de poort van de Taag en blijven daar een poosje; samen met een paar toeristen kijken we naar de vale gieren die daar hoog in de lucht zweven. Een ouder echtpaar uit Sneek maakt ons attent op een kampeerveldje naast de ommuring van de camping, vijftien kilometer verderop. Die laatste kilometers fietsen we over een deels van asfalt ontdane weg en nog steeds omringd door landerijen met steeneiken en schuilhokjes tegen de zon voor de varkentjes.
We vinden het tentenveld buiten de ommuring en staan er in eerste instantie alleen met de Snekers. ’s Avonds komt er nog een tentje bij. In de steeneiken boven ons rommelen en kwetteren de jonge blauwe eksters. Een zeldzame vogel die alleen in dit gedeelte van Spanje te vinden is en een gedeelte in Portugal. In het zwembad frissen we ons even op. Het mag ook wel want het is 43 graden vandaag.
s’Avonds vragen we aan de Snekers de kaart van Spanje. We hebben eigenlijk niet zoveel zin om als we in Santiago aankomen vervoer te organiseren naar Burgos. In eerste instantie weten we niet in hoeverre dat mogelijk is, bij mijn gespeur op internet kwam ik er niet uit, en verder blijven we liever gewoon fietsen. Na enig speur en rekenwerk besluiten we na Zamora de Zilverroute te verlaten en door te steken naar de St. Jacobsroute, de Pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, en deze tegen de stroom in te gaan fietsen. Maar zover is het voorlopig nog niet.

Terug naar index