24 juni 2004 Logroño – Estella : 50 km

Henk haalt brood, ik breek de tent vast af en we ontbijten gezamelijk. We geven Rogier nog een paar tips en bereiden hem vast voor op zijn tocht met lange klimmen, waar hij waarschijnlijk smerige tegenwind heeft. (Later horen we, dat het erg zwaar geweest is).
We klimmen, windje voornamelijk in de rug, via een mooie asfaltweg door een weidse omgeving. Regelmatig komen we caminogangers tegen, zowel te voet als per fiets. Zo komt ons een fietser tegemoet, een oudere man, en we stappen even af. Hij is Zwitser. Begint te vertellen dat hij gisteren zo’n leuke Nederlandse ‘very fit boy’ tegen gekomen was. “O,”, zeggen we, “dat was Rogier”. In Los Arcos, een oud stadje met een pleintje met arcaden en natuurlijk een historische kerk met een fraai bewerkte deur, kopen we proviand en eten samen met pelgrimgangers op het plein voor de kerk. We stijgen verder via de nu veel drukker geworden afschuwelijke N111 zonder vluchtstrook. In de verte hoor je ze al komen, de grote vrachtwagens, vaak met grint en dan maar hopen dat er geen tegemoetkomende vrachtauto aankomt. Want dat past niet. En zullen ze remmen?
Gelukkig kunnen we de laatste 10 kilometer de N weg verlaten. En met het Monesterio de Irache in het vooruitzicht is het onheil al snel weer vergeten. Het boekje vertelt ons dat voor het Monesterio een wijnbedrijf is gebouwd. Ter compensatie kan de pelgrimganger aan de achterzijde hiervan gratis water tappen …. en wijn!
Hier ontmoeten we een nogal volslanke vrolijke Deense jongen van zo’n 35 jaar schat ik. Hij is hier al eens eerder geweest vertelt hij en toen heeft hij de wijn gemist. Dat zal hem nu dus niet overkomen. We nemen de staat van zijn fiets even met hem door. Alleen zijn zadel is goed, vertelt hij; een Brooks. Op zijn reis vanaf Denemarken zijn al 12 spaken gebroken, op een steile weg was rook uit zijn derailleur gekomen, hij heeft trouwens maar één voorblad en zeven versnellingen. O, en er is ook al een velg uit elkaar geknald. De kettingbeschermer was afgebroken, een band gesprongen. Hij wil toch zorgen dat hij op deze fiets in Santiago aan komt, daarna wil hij doorfietsen naar Lissabon. Daar wordt voor eeuwig afscheid genomen van zijn fiets en reist hij terug per vliegtuig. Wat een kerel.
We tanken een bidon vol wijn uit de muur en laten even later Estella liggen en fietsen direct door naar de camping, nog een aardig eindje buiten het stadje over een zandweg, waar ok al weer grindauto’s rijden. In het begin van het weggetje zie ik uit mijn ooghoeken een oude vervallen kerk, met groot beeld. We vinden alles best, als we maar kunnen drinken en iets eten. Henk haalt als de tent staat een grote zak chips en we drinken daarbij wijn uit de bidon. Al is de wijn niet op de juiste temperatuur, we vinden hem lekker.

Terug naar index