25 juni 2004 Estella – Pamplona : 68 km

We hebben spijt, dat we gisteren niet de moeite hebben genomen om Estella te bezoeken. We stoppen nu bij de prachtige mooie kerk, waar we gisteren aan voorbij gefietst zijn; de Santo Sepulcro met indrukwekkende gevel en beeld van Sint Jacob. Dan fietsen we Estella in, een leuk plaatsje met nauwe straatjes. We lopen nog even naar een kerk maar zijn nog niet zo in de mood. We vinden het gesnuffel voldoende, hebben meer aandacht voor het vinden van een bakker en met volle maag vertrekken we richting N111.
Een hel! Nog drukker dan gisteren, smaller lijkt het wel. Ook moeten we klimmen, dus even aanzetten om voor naderend gevaar weg te sprinten is er niet bij. Zoveel mogelijk het verstand op nul dus maar. Hyperventilatie is niet ver weg voel ik. Op een gegeven moment komen we bij een pas aangelegde grote rotonde en even verder is men druk met de weg bezig. Grote grindwagens, grote wegapparaten. We vragen aan een beetje officieel ogende wegwerker, of er misschien een andere route is. Nee, dus. Hij kijkt ons aan, naar onze fietsen, weer naar ons, dan wenkt hij ons door te fietsen, gaat midden op de weg staan en houdt het verkeer tegen. Vanaf een zijterrein komt een kolossaal wegenbouwgevaarte aangereden, dat waarschijnlijk de weg moet oversteken. We fietsen, fietsen, trappen, trappen en het gaat ook nog licht naar beneden. Er komt ons tijden geen auto achterop rijden, zeker vijf, kilometer zonder verkeer van achteren. Vlak bij Puente la Reina komen de eerste vrachtauto’s eraan. Te laat; we zijn het stadje ingedoken, waar ze ons niet kunnen bereiken. We gaan even naar de 900 jaar oude stenen boogbrug, speciaal voor pelgrimgangers aangelegd wandelen het stadje door en steken de verkeersweg en komen bij de Jacobskerk. We hoeven gelukkig niet weer de N111 op en de rustige NA 601, met nog wel af en toe een grindauto. Gelukkig is de situatie voor chauffeur en fietser ver van te voren in te schatten. Dan zien we een eindje van de weg af een kapelletje liggen en fietsen er naar toe. Schitterend en heel bijzonder is de achthoekige Ermita van Eunate uit de 12e eeuw met er omheen een arcade met 35 boogjes. Heel klein en sober en een serene sfeer, waarbij je bijna gaat fluisteren. We blijven er een poosje hangen.
De laatste ongeveer 12 km naar Pamplona gaan over een smal, heel rustig en behoorlijk klimmend boerenweggetje. Op een top van een berg zien we in de verte Pamplona liggen en na een poosje staan we in de buitenwijken. Wat nu. De camping moet ergens aan de noordkant liggen. Op goed geluk rijden we in een vrij rechte lijn de stad in. We komen op een soort rondweg, rijden maar eens naar rechts en het lijkt allemaal aardig, maar aan de rand gekomen is het een crime. Druk, grote rotondes met hard scheurende auto’s. Al vragende worden we richting camping verwezen en dan gaat het toch weer redelijk makkelijk.
Het is een echte stadscamping, verdeeld in grote vakken. We vinden na lang debatteren een plek waar we het beiden over eens zijn al heb ik het gevoel dat ik toch dat ik het meeste toegegeven heb. Al moet ik toch ook weer toegeven, dat we wel de beste schaduwplek hebben. Of we hadden tussen de zigeuners moeten gaan staan die zo wat de helft van de camping ‘in handen’ hebben. Niet dat we er last van hadden. De guardia civil kwam trouwens regelmatig intimiderend rondrijden en een drankje drinken bij de bar. Ach er valt altijd wel wat te zien op zo’n grote camping met zwembad.
We vinden uit dat niet ver vanaf de camping een opstapplaats is voor de bus. Morgen naar Pamplona.

Terug naar index